vrijdag 3 april 2015

Banken op de beurs: niet in het belang van klanten

In de afgelopen dagen heb ik me, in afwachting van de definitieve overstap van ING Bank naar een bank die ik wel vertrouw, eens verdiept in hoeveel waarde de banken nu eigenlijk zelf hechten aan vertrouwen. Daarbij stuitte ik al snel op het rapport van de 'Adviescommissie Toekomst Banken', beter bekend als de commissie Maas, met de titel 'Naar herstel van vertrouwen' (2009). Tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Banken.

Het is een opmerkelijk rapport, met opmerkelijke uitgangspunten. Je zou verwachten dat, als het over vertrouwen gaat, er ten minste ook een hoofdstuk 'klanten' in voorkomt. Niets is minder waar. Het rapport heeft het alleen over 'Governance en Riskmanagement', 'Maatschappelijke rol banken' (waaronder alleen 'Beloningsbeleid' en 'Aandeelhoudersstructuur'...), 'Toezicht en Regulering' en 'Toekomst Banken Nederland'. Bij de uitgangspunten dus niets, maar dan ook helemaal niets over het bestaansrecht van banken: klanten.

En helemaal vreemd is dat de commissie Maas bij de maatschappelijke rol van banken niet verder komt dan beloningsbeleid en aandeelhoudersstructuur. Me dunkt dat men daar in die commissie niet ver buiten het eigen tuintje heeft gekeken. Heeft men eigenlijk wel enig besef van wat klanten en de maatschappij nu eigenlijk van banken verwachten? Een kernbegrip als 'integriteit' komt maar twee keer in het rapport voor, in twee gelijkluidende alinea's, die - jawel - over de beloning van bestuurders gaan. 'Nuff said.

Het nieuws over beloningen bij ING en ABN Amro van de afgelopen weken heeft aangetoond dat topmannen bij banken, zelfs na eerdere commotie daarover in 2011, in elk geval nog steeds geen enkel besef hebben van de maatschappelijke relevantie van hun hoge beloningen. Maar de commissie Maas kan er ook wat van als het op tunnelvisie aankomt:
Het vennootschapsrecht kent geen verplichting voor aandeelhouders rekening te houden met belangen van andere stakeholders dan de aandeelhouders. Dat geldt uiteraard ook voor aandeelhouders van banken. Zij hoeven geen rekening te houden met de andere belangen die bij een bank een rol spelen. Dat zijn de belangen van de spaarders, van degenen die afhankelijk zijn van bedrijfsfinanciering, van de werknemers, de belangen van de samenleving bij een efficiënt betalingsverkeer en die van een gezond bankbedrijf in het algemeen. Deze eenzijdige oriëntatie van aandeelhouders heeft de afgelopen tijd geleid tot ongewenste ontwikkelingen. De focus op de korte termijn van sommige groepen aandeelhouders heeft dit alleen maar versterkt. 
De commissie komt dus tot de conclusie dat aandeelhouders alleen maar het eigen korte termijnbelang nastreven en dat dat tot een puinhoop heeft geleid. Logisch, want banken moeten nu juist streven naar een gedegen bankbeleid op de lange termijn. Voor hun klanten en voor het vertrouwen van die klanten in de bank. De belangen van aandeelhouders en banken sluiten elkaar dus fundamenteel uit: je wilt als gedegen bank die het vertrouwen van zijn klanten wil genieten, met een lange termijnvisie, die rekening houdt met belangen van klanten en maatschappij, geen hijgerige aandeelhouders in je nek hebben, die voortdurend op korte termijnresultaten aandringen. Daarom zou de Staat ABN Amro ook zeker niet naar de beurs moeten brengen.

Maar dan de conclusie van de commissie Maas:
Derhalve is het gewenst maatregelen te nemen die bevorderen dat de oriëntatie van aandeelhouders van banken meer in overeenstemming wordt gebracht met alle belangen die bij een bank een rol spelen.
De commissie stelt dus niet het verschijnsel bank-op-de-beurs ter discussie, ze stelt niet eens voor dat de bank zich anders moet gaan gedragen om puinhopen in de toekomst te voorkomen. Nee, de commissie Maas is van mening dat de aandeelhouders zich een andere houding moeten aanmeten! Dus je wilt als bankier het vertrouwen van klanten in je toko herstellen, maar dat moeten de aandeelhouders voor je doen. Die zien je aankomen, die zijn daar doorgaans helemaal niet in geïnteresseerd. Die willen meestal alleen maar snel rendement voor zichzelf zien, en wel zo veel mogelijk. Geneuzel over vertrouwen en klanten en maatschappij is niet aan ze besteed.

Deze commissie, die om onnaspeurlijke redenen groot aanzien heeft genoten, beseft niet hoezeer de banken moeten veranderen, en blijft daarbij steken in oud denken. Ze ziet wel de fundamentele belangentegenstelling tussen klanten, de bank en aandeelhouders, maar kan zich niet voorstellen dat banken om die reden verre zouden blijven van de beurs. Waarschijnlijk omdat ze zich niet kan voorstellen dat banken hun puur financiële voordelen van aanwezigheid op de beurs bewust afwegen tegen de moeilijk financieel waardeerbare voordelen van vertrouwen. Terwijl dat soort bewustheid bij banken nu juist zou kunnen leiden tot andere keuzen, die veel meer bijdragen aan vertrouwen van klanten en de maatschappij in banken dan welk rapport ook.

Toch wel schokkend dat het zo diep zit. Dat zelfs een commissie waarvan je zou verwachten dat ze ingrijpende maatregelen voorstelt, niet van de rotonde kan komen en geen fundamentele systeemwijzigingen kan of durft voor te stellen. Het is al heel vaak gezegd: "the system is terminally broken". En het wordt nog steeds bevestigd.


donderdag 19 maart 2015

De druppel van ING

Tot mijn schande ben ik al decennia klant bij ING Bank. Maar daar komt binnenkort onverbiddelijk een einde aan. Ik heb het namelijk gehad met banken als ING, die in de afgelopen jaren helemaal niets hebben geleerd.

Sinds de grotendeels door banken veroorzaakte wereldwijde financiële crisis van 2008 liggen banken nogal onder vuur.
Je zou denken dat banken zich dat aantrekken, maar niets is minder waar. Banken, en dan vooral de mensen die aan de top van die banken staan, zijn niet in staat gebleken om daadwerkelijk te veranderen. Ze blijven uit alle macht hangen in oude paradigma's.
De noodzaak tot verandering is wel pijnlijk duidelijk geworden. Overheden die destijds de banken tandenknarsend hebben moeten redden, hebben geprobeerd om de banken tot veranderingen te dwingen. Maar het lukt niet. Ondanks vele waarschuwingen van slimme economen en goed geïnformeerde, kritische geesten, zoals Joris Luyendijk en andere journalisten, verandert er hoegenaamd niets. De banken gaan op dezelfde destructieve voet verder en liefst nog wat harder. Je kunt erop wachten dat het weer mis gaat. En dat het weer hoofdzakelijk ten koste van de maatschappij gaat en niet van de bankiers.

Ook in ander opzicht zijn bankiers hardleers. Ze hebben niets geleerd van het verdwijnen van het vertrouwen van consumenten en bedrijven in hun bedrijfstak. Rationeel zou zijn dat banken proberen dat vertrouwen terug te winnen. Ze opereren immers in een markt en zouden in zekere mate afhankelijk moeten zijn van het vertrouwen van hun klanten. Maar ze doen precies het tegenovergestelde. Ze gaan als vanouds door met het gedrag waarmee ze dat vertrouwen verloren zijn.

Vandaag maakte ING bekend dat - nu de staatssteun is afbetaald - de beloning van zijn topman met 28% moet worden verhoogd. Niet dat hij een stakker was, want hij toucheerde al 105.000 euro per maand. Maar de raad van commissarissen vond dat het inkomen niet marktconform was, dat dat een risico was en dat meneer (het zijn bijna altijd mannen) maar beter 135.000 euro per maand kon krijgen. Dat is 1,63 miljoen euro per jaar. Ook de medebestuurders krijgen natuurlijk meer, want hun beloningen zijn evenmin marktconform, zo vinden de commissarissen.

Die redenering is zo idioot dat ik het er eigenlijk niet eens over wil hebben. Toch een paar woorden: waarschijnlijk koesteren de commissarissen angst dat de topman weggaat, naar waar hij nog meer kan binnen harken. Mijn vraag is dan: waarom zou dat een probleem zijn? Ben je dat soort mensen niet veel liever kwijt dat rijk? Waarom ruil je 'm niet in voor iemand die wel hart voor de zaak heeft, in plaats van alleen voor z'n eigen portemonnee?

ING heeft onder overheidsbewind Nationale Nederlanden van de hand moeten doen. Daarnaast schrapt ING 2800 banen in Nederland, maar liefst een zesde van het totaal. Dat zorgt voor veel inkomensonzekerheid bij de mensen op de werkvloer, terwijl de top doodleuk zijn inkomenszekerheid (die al niet klein was) vergroot. Alle ontslagen mensen moeten maar zien of ze weer aan het werk komen, of van een uitkering moeten gaan leven (waar de maatschappij dan weer voor mag opdraaien - net als bij de bankencrisis).
Het bedrijf is in elk geval een stuk kleiner dan voorheen en moet makkelijker zijn te managen. Maar dat is natuurlijk geen reden om de beloning voor dat klusje te verlagen - integendeel.

Dan denk ik: snappen jullie het nou werkelijk niet? Begrijp je niet dat je hiermee laat zien dat je in een volstrekte zelfgecreëerde, hermetisch geïsoleerde bubbel leeft en dat het gros van de mensen aan de buitenkant dat met stijgende verbazing en verontwaardiging gadeslaat? Of interesseert het je niet?

Waarschijnlijk ontkennen ze het glashard en ik weet bijna zeker dat het ze volstrekt niet interesseert. Het past niet in de huidige bankierscultuur om na te denken over de eigen rol en de maatschappelijke impact van eigen handelen. Banken als ING zijn immers beursgenoteerde bedrijven en die werken niet primair voor hun klanten of met de blik naar de maatschappij, maar voor invloedrijke en kortzichtige investeerders die alleen maar in hun eigen rendement zijn geïnteresseerd. Daar past geen maatschappelijk bewustzijn bij. Het lijkt erop dat beurzen en bestuurders die hoofdzakelijk op eigen gewin uit zijn hand in hand gaan. Bij bijna elke high profile beursgang blijkt immers weer dat vooral de bestuurders van het bedrijf er beter van worden. Greed is nog steeds good, zoveel is wel duidelijk.

Al die kortzichtigheid, die vandaag culmineerde in het bekend worden van narcistische, cynische, wat zeg ik psychopathische loonsverhogingen van mannen die wat mij betreft hun meerwaarde niet hebben bewezen, hebben de emmer in dit huishouden doen overlopen. We hebben definitief besloten om elders bankzaken te gaan doen. Onze goede inkomens, een paar potten spaargeld, we halen het allemaal zo snel mogelijk weg bij ING.

Het mooie is: er zijn ten minste twee gunstige uitzonderingen onder de Nederlandse banken. Banken die bewust weigeren mee te doen in het idiote beloning- en bonussencircus. Banken die er primair zijn voor hun klanten en ook nog bewust nadenken over hun maatschappelijke rol. En ernaar handelen. Met zo'n bank willen we zaken doen. We stappen over.

Zie ook: bij ING wast de ene hand de andere.

woensdag 4 maart 2015

Het einde van autodealers

Sommigen kunnen het zich misschien nog wel herinneren: reisbureaus. Een soort winkel waar je reizen kon kopen. Er zaten mensen aan bureaus, met rekken foldertjes en reisgidsen binnen handbereik. Als je er naar binnen ging, dan gaven ze je de indruk dat ze je een enorme dienst bewezen door reis, accommodatie en nog veel meer voor je bij elkaar te zoeken, tegen de schijnbaar beste prijs.

Tot zo'n tien jaar geleden was dat nog dagelijks aan de orde. En kijk nu eens. Wie is er recent nog bij een reisbureau geweest? Wie weet uit z'n hoofd een winkelstraat waar nog zo'n anachronisme is te vinden?

Ik bedoel maar, internet heeft de commerciële wereld onherkenbaar veranderd. Wat zeg ik: grondig op z'n kop gezet.

Sommige branches hebben daar nog steeds moeite mee. Neem de autobranche. Die werkt onveranderd bijna uitsluitend met tussenpersonen, 'dealers' genaamd. Die dealers proberen nog steeds de indruk te wekken dat ze toegevoegde waarde leveren. Maar de laatste keer dat ik op zoek ging naar een nieuwe auto wist ik - dankzij de overvloedige informatie op internet - steevast meer dan de verkoper. De autoverkopers wisten dat ook wel, ze deden veelal niet eens moeite om het te verhullen. Ik zag nergens toegevoegde waarde. Wel veel onnodige rompslomp en kosten.

Dat doet de vraag rijzen: waarom zijn er nog autodealers? Om een proefrit te kunnen maken? Ik heb uit betrouwbare bron dat de meeste nieuwe-auto-kopers dat niet eens doen. Die lopen een showroom binnen en zeggen "doe me die maar, in 't [vul gewenste kleur in]". En daar heb je dus geen mannen achter bureaus met foldertjes voor nodig. Je kan een proefrit ook via internet regelen. Een medewerker rijdt op verzoek even langs je huis, je maakt een proefrit en als de auto je aanstaat regel je de rest via internet. Helemaal geen showroom, mannen achter bureaus of foldertjes nodig.

Tesla doet 't al in de VS. Dat bedrijf heeft, tot chagrijn van machtige dealerorganisaties, het hele dealergebeuren er tussenuit geknipt. Er zijn nog wel showrooms, en Tesla zet z'n auto's in grote winkelcentra, maar de koop regel je via internet. Vaste prijzen, geen gezeur. De klanten vinden het fantastisch, want ze weten precies waar ze aan toe zijn. Ze hebben bovendien niet met een gladde prater te maken en weten dat Tesla hierdoor goedkoper werkt, waardoor ze het idee hebben dat ze zelf ook voordeel hebben. Dat laatste is nergens op gebaseerd, maar het gaat om het idee.
De machtige Amerikaanse dealerorganisaties zijn een kansloos tegenoffensief begonnen. Allereerst door politici te kopen, die 'consumer laws' in stand houden, zodat Tesla niet overal showrooms mag hebben. En de dealers 'spinnen' dat zo dat ze consumenten willen laten geloven dat ze dat allemaal in het belang van de consument doen. Er is echter geen consument die dat gelooft. Amerikaanse autokopers hebben haast zonder uitzondering een gloeiende pesthekel aan dealers.
Onderhoud is ook geen probleem, want de elektrische auto's van Tesla hebben nauwelijks onderhoud nodig. Geen olie, geen filters, slechts één bewegend onderdeel in de motor. Voor het weinige onderhoud maak je een afspraak via internet en de monteur komt bij je langs als jou het schikt. Het begin van het einde voor dealers.

Mijn buurman heeft onlangs al helemaal buiten het dealergebeuren om een nieuwe auto gekocht. Volgens hem was het een volstrekt pijnloze ervaring, en hij bespaarde er naar eigen zeggen vele duizenden euro's mee. De internetverkoper haalde de nieuwe auto gewoon daar waar-ie het goedkoopst was - in dit geval uit België. Het had ook Duitsland of Hongarije kunnen zijn. De EU met z'n vrije verkeer van goederen heeft veel voordelen.

Kortom: een uitstervend ras, zowel de dealer als de autoverkoper. Wie volgt?

zondag 1 maart 2015

zondag 1 februari 2015

zaterdag 24 januari 2015

maandag 19 januari 2015

zondag 18 januari 2015

zaterdag 17 januari 2015

vrijdag 19 december 2014

Geklungel van Klingel

Op maandagavond 15 december jl. kreeg ik 't op m'n heupen en bestelde ik via internet een herenoverhemd bij de firma Klingel. Ik kreeg meteen een bevestiging per e-mail, met als aanhef 'geachte heer', waarin naast de kosten (39,99 euro voor het overhemd en 4,95 verzendkosten) ook was te lezen: 'orderconfirmation.paymentinfo.iDEAL'. Kortom, ze wisten bij Klingel dat ze met een vent van doen hadden en mijn betaling leek hiermee te zijn bevestigd. Op de website stond al dat de levertijd van het overhemd drie tot vijf dagen bedroeg en dat werd in het e-mailtje nog eens bevestigd: 'Levering binnen 3-5 dagen'. Toch een fijn vooruitzicht.

Op donderdag 18 december ontving ik een - ongetwijfeld automatisch verzonden - e-mailtje van Klingel van de strekking: geachte heer - betaling ontvangen. Dat wisten zowel Klingel als ikzelf al. Ik had immers goed opgelet bij het eerste mailtje. Maar goed, je kunt maar beter zo duidelijk mogelijk in je communicatie zijn.

Vandaag, vrijdag 19 december 2014, werd er ineens aangebeld: een pakje! Of eigenlijk een witte plastic zak, met daarin iets rechthoekigs/zwaars en een bobbeltje. Ik maakte de zak open en trof een dikke catalogus, nog een veel kleiner plastic zakje en een factuur/pakbon aan. Maar geen overhemd. De factuur en pakbon vermeldden beide een extra item genaamd 'Armbandset, 3-rijig', een bedrag onder de streep van 0,00 euro en op de factuur stond in heel kleine lettertjes 'Art. is helaas niet meer leverbaar'. Nou moe.

De catalogus die ik kreeg staat volgens de omslagtekst vol met 'de nieuwste TRENDS 2014'. Lezers die mij kennen rollen nu even over de grond van het lachen. Het meest opmerkelijke in de catalogus is dat op pagina 417 het overhemd dat ik wilde hebben, maar dat dus niet meer leverbaar is, gewoon nog wordt aangeprezen! Natuurlijk, het is al bijna 2015, maar stuur zo'n oude catalogus dan niet mee.

En dan dat kleine plastic zakje, dat ook in de grote witte plastic zak zat. Daaruit peuterde ik het volgende kleinood:

'Armbandset, 3-rijig' - winkelwaarde: onverkoopbaar
Is het niet geweldig? Een kerel bestelt een herenoverhemd waarvan de verkoper zegt dat de levertijd '3-5 dagen' is. Er wordt vervolgens volstrekt overbodig gecommuniceerd over een betaling die al bevestigd is en voor je het weet ligt er een dikke, old school catalogus-op-dode-bomen (wat nou internet?) en een plastic prul voor vrouwen op je deurmat, met in heel kleine lettertjes een mededeling die erop neerkomt dat je dat herenoverhemd wel op je buik kunt schrijven.

En meer niet.

Toen ik er met Klingel over belde werd me allereerst excuses aangeboden. Vervolgens werd opgemerkt dat de factuur geen ruimte bood voor meer communicatie. Op mijn tegenwerping dat e-mails ruimte zat bieden kwam geen weerwoord. Maar er werd me verzekerd dat ik binnen een week m'n geld terug zou krijgen. We zullen zien.

In het nieuws werd de afgelopen dagen gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van robotisering voor de mensheid. Vooralsnog hoeven we ons geen zorgen te maken, lijkt het, want de robots bij Klingel bakken er niks van. Maar onze internet-shopping-ervaring heeft er alvast wel ernstig onder te lijden.

Update 19 januari 2015 (een maand later): vandaag kreeg ik m'n geld terug. Toevalligerwijze precies op het moment dat ik met Klingel aan 't bellen was om te vragen waar m'n geld bleef...

dinsdag 28 oktober 2014

De leugen van "geen tijd"

Iedereen die "ik heb geen tijd" roept jokt een beetje. Hij houdt zichzelf en z'n omgeving in elk geval behoorlijk voor de gek. Feit is namelijk dat we allemaal tijd hebben; en we hebben allemaal in beginsel dezelfde hoeveelheid tijd. We onderscheiden ons alleen in de verschillende dingen die we in die tijd doen. Dat wordt weer veroorzaakt door de verschillende keuzen die we zelf maken, niet doordat we "geen tijd hebben". De tijd is niet ineens op, we worden alleen door onze keuzen geconfronteerd met dingen waarvan we niet eerlijk gezegd hebben dat we ze niet zouden doen, of waarvoor we niet echt hebben gekozen om ze te doen, en die dus niet gedaan zijn omdat we er geen prioriteit aan toekenden. Dat heeft niets te maken met de hoeveelheid tijd die we hebben (die zoals gezegd in grote lijnen voor ons allemaal gelijk is), maar alles met eigen keuzen.

Kortom: de uitspraak "geen tijd" is niet meer dan een slap excuus voor een gebrek aan planning. Of het verhullen van een eigen keus, die anderen misschien niet prettig vinden. Of een eufemisme om te verhullen dat we kennelijk geen prioriteit aan bepaalde zaken geven.

Als je dat accepteert, pleit ik ervoor om ook eerlijk in je communicatie te zijn. Gebruik, in plaats van "geen tijd", termen die beter aangeven hoe de vlag ervoor hangt. Zoals "hou er rekening mee dat ik hier geen grote prioriteit aan toeken". Of "ik heb net zo weinig tijd als jij - ik kies ervoor 'm anders in te vullen". Of heel direct: "ik kan niet zo goed plannen". Het lijkt muggenziften, maar het is wel zo eerlijk en kan een hoop teleurstelling in je omgeving (en bij jezelf!) voorkomen.

zaterdag 25 oktober 2014

Shaun, het mechanische schaap

Moos: "wat moet dat in mijn tuin?"
Bij het huis waarin ik woon ligt al twintig jaar een gazon. In die twintig jaren heb ik het niet altijd even goed onderhouden. Met als resultaat dat het eigenlijk niet meer een gazon, maar een mosvlakte was. Er hielp geen kalk, mest of verticuteren meer aan, het gras had de strijd goeddeels verloren.

Nu heeft mos ook z'n voordelen: je hoeft het niet te maaien. En als je er verder niet aanzit, blijft het groen en egaal. Maar ja, het is toch het resultaat van jaren luiheid en dat wens je niet als uithangbord om je huis te hebben liggen.

Kortom: er moest maar eens een nieuwe grasmat komen. Nadat ik bij mijn wederhelft enige tijd vruchteloos voor kunstgras had gepleit ("Niet duur! Echt, net echt! Onderhoudsvrij!"), werd er uiteindelijk toch een grasmat van echte zoden uitgerold. Maar ik had intussen wel een degelijk compromis uitonderhandeld: een robotmaaier. Een heuse Husqvarna Automower 305.

Enerzijds is zo'n robotmaaier natuurlijk een stuitend decadent ding, de ultieme uiting van ons tweeverdienerschap, de luiheid ten top. Maar anderzijds: niet meer elk weekend een uur lang met een luid knetterende en smerig walmende grasmaaier aan de gang, maar alleen op gezette tijden een zacht zoemen (en soms wat knisperen als-ie een blaadje of takje tegenkomt). Milieuvriendelijk dus. En het is een genot om naar te kijken, want voor een grasmaaier is-ie enorm slim. Hij houdt steeds precies voordat hij de border in dreigt te rijden op met maaien, rijdt een stukje achteruit, draait een willekeurig aantal graden en rijdt weer verder, onderwijl kris-kras over het gazon rijdend en per saldo een prachtig egale grasmat achterlatend. Dat gaat net zo lang door tot-ie zelf merkt dat z'n accu moet worden opgeladen en dan zoekt-ie volledig automagisch z'n laadstation op. Daarom hebben we 'm Shaun genoemd, naar het onnatuurlijk intelligente animatie-schaap Shaun. Ons mechanische schaap weet precies waar het gazon ophoudt en rijdt nooit pardoes een border in, hij weet zelf z'n voerbak te vinden, hij weet wanneer hij moet maaien en wanneer hij zich koest moet houden. Hij is volledig autonoom. Nou vooruit, ik moet 'm maandelijks even op z'n rug leggen, schoonmaken en van nieuwe mesjes voorzien, maar afgezien daarvan redt-ie zich helemaal zelf. Klaagt niet, werkt dag en nacht door, in regen en wind en heeft niet meer nodig dan een stopcontact. Een ideale werknemer, zogezegd. Als ik hovenier was zou ik me serieus zorgen maken.

vrijdag 26 september 2014

Helemaal niet flexibel

Ik schreef al eens eerder over een winkel die zich Superstar noemde. Een voor de hand liggend beeld daarbij is dat er echt niets mogelijk is. Ze zijn er zo inflexibel als wat.

Vandaag kwam ik in dezelfde stad deze winkel tegen. En nu vraag ik me natuurlijk weer af: welke winkel zou nou het starst zijn?

We zullen er waarschijnlijk nooit achter komen, want Xtrastar is inmiddels gesloten en het pand staat te huur. Hoewel: dat op zich kon wel eens een sterke indicatie zijn dat Xtrastar eigenlijk het allersuperstarst was.

dinsdag 16 september 2014

Een vertrouwelijk restaurant

Japans restaurant Hanasato in Groningen is een goed Japans restaurant. Daar zijn ze trots op en dat dragen ze uit. In dit geval door een plakaat op de voordeur in de smalle voorgevel aan het Zuiderdiep in Groningen.

Misschien dat die smalle voorgevel ook wel voor 'een stuk onbekendheid' zorgt. Niet veel mensen kennen Hanasato. Als je over het Zuiderdiep in Groningen loopt of fietst kijk je er zomaar overheen. Het is een in feite een goed bewaard geheim. Vandaar dat ze het zelf een 'vertrouwelijk Japans restaurant' noemen.

donderdag 4 september 2014

Problemen bestaan niet

Als er weer eens mensen in m'n omgeving roepen dat 'we' een 'probleem' hebben, moet ik vaak lachen. Als die mensen me nog niet zo lang kennen, willen ze zich daar nog wel eens aan ergeren. 'Problemen', zo lijken ze te vinden, zijn niet om te lachen - die moet je heel serieus nemen. En dat doe ik niet, omdat problemen niet echt bestaan. Dat zit zo.

Heel veel 'problemen' zijn niet meer dan feiten. En feiten zijn onverzettelijk. Het beste dat je ermee kunt doen is ze naast je neerleggen. Feiten staan meestal in de weg aan een doel. Het zijn dus niet meer dan signalen om naar alternatieve wegen te zoeken - of het doel aan te passen.

Mensen die het etiket 'probleem' op een feit plakken hebben nog wel eens de neiging om aan dat feit te gaan rukken en trekken. Het feit is een probleem en dat moet aangepakt worden, geloven ze. Dat is natuurlijk verspilde energie, want een feit is nu eenmaal onverzettelijk, je kunt en hoeft er verder niets mee. Je kunt je veel beter meteen richten op het zoeken naar andere wegen, of een ander doel.

Zelfs de 'problemen' die geen feiten zijn, zijn geen problemen. Daar kun je immers wel wat aan doen.

Kortom: problemen bestaan helemaal niet. Echt niet.

De mensen die nog steeds 'problemen' zien, hebben meestal eigenlijk maar één probleem: ze hebben moeite om feiten te accepteren voor wat ze zijn. Het mooie is: dat is geen feit. De keus om iets wel of niet te accepteren of los te laten heb je helemaal zelf in de hand. Dus ook dat is geen probleem.

woensdag 2 juli 2014

woensdag 26 februari 2014

Niet gooien met de microfoon

In de categorie mooie bordjes zijn bejaardentehuizen altijd een rijke bron. Deze trof ik aan in de 'gemeenschapsruimte' van een bejaardentehuis in Grootegast, in het Westen van de provincie Groningen.

Ik stel me zo voor dat er in het verleden in dit bejaardentehuis flink met de microfoon is gesmeten en dat de technische dienst daar inmiddels schoon genoeg van heeft. Daar is zo'n ding niet voor bedoeld en dat moet goed duidelijk zijn voor de gebruikers. Vandaar: met zorg behandelen. En voor alle zekerheid, opdat er geen misverstand over kan bestaan: gooien met een microfoon valt niet onder een zorgvuldige behandeling! Aldus de technische dienst.

dinsdag 25 februari 2014

Kinderen van tegenwoordig


Gezien aan de Klarendalseweg in Arnhem.

donderdag 13 februari 2014

donderdag 5 december 2013

Het verband tussen tabaksfirma's en klimaatontkenners



Je staat er niet voortdurend bij stil, maar er is een groep enorm machtige, gewetenloze types die hun macht ten koste van alles willen behouden. Het maakt hen niet uit hoeveel doden er vallen en of de wereld naar de kloten gaat, zolang hun persoonlijke belangen maar beschermd worden en hun vermogen groeit. Het is van alle tijden, van alle uiterst winstgevende industrieën en van alle niet-zo-integere politici. Tabak, olie, vuurwapens, medicijnen, financiën, als de macht maar groot genoeg is maakt het niet uit welke leugens je met de hand op de bijbel als waarheid verkondigt en hoezeer het ten koste van de rest van de maatschappij gaat, zolang je je macht maar behoudt en je eigen rijkdom vergroot.

Soms vergeet je helemaal dat het zo is, maar is een korte video voldoende om je weer met de neus op de feiten te drukken. Treurig dat niet iedereen het doorheeft.

vrijdag 8 november 2013

Weg met de zuigermotor!

De aandrijving van ‘moderne’ auto’s verschilt qua vorm nog steeds niet veel van de stoommachines van drie eeuwen geleden: cilinders, zuigers, nokkenassen, kleppen, krukas, vliegwiel. De eerste praktische toepassingen van het mechaniek stammen uit het begin van de achttiende eeuw. Industriële gebruikers van stoommachines zagen al lang geleden in dat al die heen-en-weer gaande massa’s hartstikke inefficiënt zijn. Daarom zijn ze allemaal overgegaan op andere technieken. De stoommachine is uitgestorven. Sommige gebruikers van verbrandingsmotoren hebben die slag ook gemaakt: in veel vliegtuigen en schepen zijn ze al lang geleden vervangen door turbines die veel efficiënter zijn. Niet dat je die ook in auto's zou moeten gebruiken, het is alleen een bewijs dat het veel efficiënter kan.

In dat licht bezien is het vreemd dat de miljoenen wegvoertuigen van deze wereld bijna zonder uitzondering nog worden aangedreven door een mechaniek dat in zijn vorm nauwelijks verschilt van stoommachines van driehonderd jaar geleden. Is dat een probleem? Nee, niet echt, maar wel verbazingwekkend. Dat mechaniek is immers verschrikkelijk inefficiënt. Het werkt met heen-en-weer gaande massa’s (de zuigers en drijfstangen), die door middel van een kruk een ronddraaiende beweging in stand houden. Die massa’s moeten op snelheid gebracht worden, weer afgeremd, weer op snelheid gebracht, et cetera, ad infinitum. Tientallen tot honderden afzonderlijke onderdelen moeten voortdurend in beweging worden gehouden. Dat kost energie, slijtage, zorgt voor vibratie, wat ook weer voor slijtage zorgt en maakt herrie. Kortom: het is prutswerk, lui voortborduren op stokoude techniek. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat zuigermotoren slechts in een beperkt toerentalbereik hun optimale koppel leveren en er daarom altijd een (ook weer ingewikkelde) transmissie nodig is om dat koppel te kunnen gebruiken. Wat dat betreft hadden die ouwe stoommachines nog het voordeel van een praktisch constant koppel, net als elektromotoren.

Als je erover nadenkt is de manier waarop een viertaktmotor werkt krankzinnig. In elke cilinder van een viertaktmotor vinden per twee omwentelingen vier opeenvolgende gebeurtenissen plaats: aanzuigen (1), compressie (2), expansie (3) en uitlaten (4). Bij slechts één van die gebeurtenissen (expansie) doet de motor daadwerkelijk zijn eigenlijke taak: aandrijven. De rest is allemaal bijzaak, loze beweging zonder nuttige bijdrage aan de aandrijving, alleen bedoeld om gassen en dampen rond te pompen. Maar voor die bijzaken moet de motor dus wel driekwart van z’n tijd ronddraaien! Elke zuiger beweegt 75% van z’n tijd op en neer voor iets anders dan directe aandrijving. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gemiddelde rendement van een moderne verbrandingsmotor nog altijd niet groter is dan pakweg 20%. De rest verdwijnt in warmte via het koelsysteem en de uitlaat, en door wrijving van al die op-en-neergaande zuigers en andere draaiende onderdelen, zoals krukas, nokkenas en kleppen.

Waarom worden er dan nog steeds bijna uitsluitend zuigermotoren in auto's gebruikt, vraag je je dan af. Ik vermoed dat het niet meer dan luiheid is. Die zuigermotor doet het al zo lang, consumenten zijn conservatief, iedereen blijft die auto's gewoon kopen, dus waarom zou je als producent een risico nemen door ineens met iets anders te komen, door te innoveren?
Mijn vermoeden wordt bevestigd door een recent verschijnsel: overheidsinterventie op het gebied van uitstoot en de reactie daarop van autofabrikanten. De overheid stelt steeds strengere eisen aan de emissie van zuigermotoren. Die eisen hebben ook invloed op het brandstofverbruik. En wat gebeurt er? Autofabrikanten klagen eerst steen en been, ach en wee. Hoe durft die overheid het ze zo moeilijk te maken. Maar het eind van het liedje is dat ze ineens allemaal met zuinige en emissie-arme motoren op de proppen komen. Technisch kan het dus wel degelijk, ze moeten er alleen toe gedwongen worden, want uit zichzelf zijn ze er te laf of te opportunistisch voor. Het is immers veel simpeler en winstgevender om eindeloos oude techniek in nieuwe jasjes te blijven verkopen. De eveneens luie en vooral oppervlakkige consument koopt het toch wel, als het er van de buitenkant maar 'mooi' uitziet.

Kortom: weg met zuigermotoren, vooral in auto's. Schrijf als (Europese) overheid voor dat de aandrijving van auto's met ingang van jaar X een rendement van minstens Y% moet hebben, waarbij Y meteen al veel hoger ligt dan 20 en met het verstrijken der jaren stijgt tot 75%. Moet je eens kijken hoe hard die autofabrikanten aan het innoveren slaan. Voor je het weet is de zuigermotor een voetnoot in de geschiedenis.  Weg ermee! Opgeruimd staat netjes.

dinsdag 22 oktober 2013

Schreeuwend dure groente - deel 2

Ik schreef al es over idioot dure onzinbananen in een supermarkt bij mij in de buurt, maar in de Steenstraat in Arnhem is 't nog veel erger!

Schokkend.

zondag 20 oktober 2013

Hebben de Fransen geen keus?

In 2008 verbaasde ik me al over een kop in de Volkskrant: 'Ambtenaar móet homo trouwen' - compleet met accent.

Als hetero-ambtenaar schrok ik me te pletter, maar mijn interpretatie bleek gelukkig op een misverstand te berusten. Het was gewoon een bar slechte kop.

Maar nu Frankrijk. Daar moeten, blijkens de naar goede NOS-gewoonte ultrakorte kop boven nevenstaand nieuwsbericht, Fransen homo's huwen. Allemaal! Heel Frankrijk krijgt acuut een hartverzakking.

Heel Frankrijk? Nee, een klein contingent anders geaarden gniffelt in z'n vuistje....

zaterdag 19 oktober 2013

Moos' Magische Machine, Deel 2: de strijd is gestreden

Moos met de lange jatten
In het eerste deel van dit tweeluik maakten we kennis met Moos, onze huiscrimineel. We leerden zijn belangrijkste doel in dit leven: eten. Maakt niet uit van welke soort, plantaardig, dierlijk, als het maar eten is. En liefst zo veel mogelijk. En we leerden ook over Moos' Magische Machine, die gedurende de afwezigheid van Moos' mensen ervoor moest zorgen dat hij zich niet helemaal kogelrond zou eten aan z'n dieetbrokjes.

Moos bleek inventief (het gaat immers om eten) en zag meteen al kans om de machine te saboteren. Zijn mensen waren niet voor één gat gevangen en modificeerden de machine. Dat hielp even. Moos zag al snel in dat het morrelen aan de tuit van de machine geen zin meer had. Hij leek zich te schikken in zijn lot en zijn mensen riepen zichzelf al uit tot overwinnaars.

Maar dan ken je Moos nog niet - en ook niet zijn enorme, onstilbare behoefte aan eten. Want na enkele weken had Moos een andere manier gevonden om bijna onbeperkt brokjes aan zijn Magische Machine te ontfutselen. Dat ging als volgt.

Moos zette zijn voorpootjes op het houten plateau achter de machine, rekte zich zo lang mogelijk uit en duwde, nee ramde met zijn neus hard tegen de deksel van de voercontainer die bovenop de machine staat. Die container staat er los op en laat zich dus wat heen-en-weer bewegen. Door die beweging kwamen er bijna altijd wel wat brokjes in Moos' voerbak terecht. Moos deed niet alleen alsof z'n neus bloedde, z'n mensen kwamen nu juist achter z'n nieuwe manier van eten stelen toen ze zagen dat z'n neus daadwerkelijk bloedde! En dat er bloed achterop de container van Moos' Magische Machine zat. Ik bedoel maar: eten is het allerbelangrijkste voor Moos, hij doet er alles voor, tot bloedens toe. Bloody cat.

Maar goed, Moos had op zijn manier dus weer gewonnen en dat konden z'n mensen natuurlijk niet op zich laten zitten. De Magische Machine ziet er inmiddels zo uit:
Moos' gemodificeerde Magische Machine - eindversie

Aldus ingekapseld, geharnast, gepantserd, heeft Moos er zelf de afgelopen weken geen brokje meer uit weten te peuren. Hij krijgt alleen brokjes als de machine dat wil.

De strijd lijkt gestreden. Moos ziet geen kans meer om naar believen brokjes te tappen. Maar daar was wel heel wat voor nodig.

De nogal boude bewering van de producent dat het apparaat 'as secure and tamper-proof as possible' is, is in elk geval ontmaskerd als een flagrante leugen. Het ding moet nog veel secureder en tamper-proofer gemaakt worden en possible is dat zeker. Ik twijfel alleen nog of er wel een markt is voor de verbeterde versie.

Het nadeel van de Gamma Voordeelpas

Enkele jaren geleden introduceerde Gamma de voordeelpas. Dat ging gepaard met de steeds maar weer herhaalde vraag van kassamedewerkers: "hebt u al een voordeelpas?". Nee, maar doe me maar zo'n ding.
Dat was iets te eenvoudig gedacht van mij. Het bleek dat ik mijn hele hebben en houden dan wel niet op straat moest gooien, maar toch wel op het stoepje van Gamma moest leggen, door middel van een aanvraagformulier. NAW, e-mailadres, geboortedatum, de hele rataplan.

Nu ben ik nogal zuinig op m'n persoonsgegevens. Die zijn van mij en ik verschaf ze alleen maar als het echt niet anders kan - of als het duidelijk in mijn voordeel is om dat te doen. Ik ken de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dus toen me bij de klantenservice het aanvraagformulier onder de neus werd geduwd begon ik eerst de voorwaarden te lezen. De servicemedewerker verbaasde zich hierover, want er stond toch niets bijzonders in, vond hij. Op dat punt was ik 't niet met 'm eens. Het bleek namelijk dat ik hoe dan ook, te allen tijde, mijn hele hebben en houden op het stoepje van Gamma moest leggen. Als ik niet wilde dat Gamma die gegevens registreerde, dan kon ik dat alleen achteraf schriftelijk aangeven.

Ik stelde voor om beide partijen werk te besparen door het invullen van het formulier maar achterwege te laten. Zo hoefde Gamma mijn gegevens niet te registreren en ik hoefde er geen brief achteraan te sturen. Minder rompslomp, iedereen blij.
Dat was natuurlijk weer te eenvoudig gedacht. Ik moest en zou dat formulier compleet en naar waarheid invullen, anders zat er voor mij geen Gammapas in. Ruggespraak met het hoofdkantoor (formulebewaker Intergamma) veranderde er niets aan. Voor mij dus geen Gammapas, maar wel een deukje in m'n vertrouwen. Immers: waarom wil Gamma met alle geweld m'n persoonsgegevens hebben als ik er meteen bij vertel dat ze de registratie wat mij betreft mogen - nee: moeten, want dat schrijft de wet voor - schrappen? Het voelt gewoon niet lekker.

Een paar weken later was ik weer bij Gamma en de kassamedewerkster-du-jour vroeg weer of ik al een Gamma voordeelpas had. "Nee", zei ik, ietwat vermoeid, "ik heb geen Gammapas". "Wilt u een pas mee hebben?". "Nou vooruit, doet u maar". Ze gaf me pardoes een Gammapas. Ze gaf me er ook een registratieformulier bij, maar dat heb ik nooit ingevuld.

En zo kwam het dat ik enige jaren genoot van een anonieme en - naar nu blijkt - hoogst illegale Gammapas. Ik vertoonde bij elke aankoop braaf m'n pas en kreeg bonnetjes die enkele procenten korting in het vooruitzicht stelden op zaken die ik niet nodig had, of een euro korting als ik binnen korte tijd een grote besteding zou doen. Het was allemaal reuze lollig en interessant, maar niet zo nuttig. Althans niet voor iemand die z'n eigen consumptieve plan trekt. Ik twijfel er niet aan dat het nut voor Gamma heel groot is.

Ik merk hier even op dat op dat moment iedereen blij was: Gamma had mij een pas verschaft waarmee m'n hele koopgedrag getraceerd kon worden en mij de illusie was verschaft dat ik groot voordeel genoot - en ik had m'n persoonsgegevens niet verstrekt. We hadden beide ons doel bereikt. Er heerste vrede op aard', zogezegd. Maar niet voor lang.

Bij m'n laatste bezoek aan de plaatselijke Gammavestiging bleek dat m'n pas, waarschijnlijk door het vele gebruik, bijna in tweeën gespleten was. Zie de foto. De - toen nog vriendelijke - kassamedewerkster merkte het op en zei "zal ik 'm omruilen voor een nieuwe?". Ik voelde nattigheid, maar stemde toe. En ja hoor, daar kwam weer een registratieformulier. Of ik maar weer het hemd van m'n lijf op het stoepje van Gamma wilde leggen.
Ik zei dat ik een anonieme pas had. Nog voordat ik had kunnen uitleggen dat dat - als je de voorwaarden mag geloven - gewoon kan, snauwde de kassamedewerkster me toe dat dat onmogelijk is.

Hoewel ik er een enorme hekel aan heb als ik zeer stellig en ongefundeerd voor leugenaar wordt uitgemaakt, werd ik niet boos. Ik zei alleen maar "toch is het zo - en dat wil ik graag zo houden".
"Dat kan niet!", riep de kassamedewerkster in het bijzijn van een rijtje klanten dat achter mij stond te wachten, "hoe bent u aan die pas gekomen!?". Ik was verbaasd over de toon en ben nog steeds verbaasd dat ik niet alsnog boos werd.
Nog voordat ik iets kon zeggen zei de kassamedewerkster dat ze de pas moest innemen, want ik mocht geen anonieme pas hebben. Ik had afgerekend, stond al bijna buiten en zei "ik geloof dat ik 'm maar houd, als aandenken aan de tijd dat ik hier nog klant was. Goedemiddag!". Ik hoorde haar nog dreigend zeggen "dan ga ik nu…", maar ik heb niet meer naar d'r geluisterd en ben de winkel uitgelopen.

Wat nu van dit alles te denken?

Bovenal is m'n vertrouwen in (Inter)Gamma, dat al niet zo bijster groot was, tot onder het nulpunt gedaald. Gamma wil hoe dan ook, koste wat kost en met alle geweld de persoonsgegevens van elke Gammapashouder hebben. Omdat de Wbp voorschrijft dat elke geregistreerde kan verzoeken om z'n persoonsgegevens uit de registratie te verwijderen wordt die mogelijkheid achteraf geboden, maar er moet hoe dan ook eerst geregistreerd worden. Binnen is binnen, lijkt het devies van Intergamma.
Vervolgens blijkt er ten minste één Gammamedewerker te zijn die er heilig van overtuigd is dat een Gammapas zonder registratie onmogelijk kan bestaan en dat een desondanks anonieme pas (die helemaal niet kan bestaan) met ferme taal en dito handelingen bestreden moet worden. Daarvan breekt niet alleen mijn klomp, hij spat in duizend stukjes uiteen.

Wat is een verzoek aan Gamma op grond van artikel 36 Wbp dan nog waard? Ben ik even blij dat ik niet door Gamma's hoepel ben gesprongen.