Posts tonen met het label Oudejongensspeelgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oudejongensspeelgoed. Alle posts tonen

zaterdag 1 juni 2019

De Lexus IS300h is een onzin-auto voor mannetjes

Eén van mijn kleine geneugten is een fijne auto. Een soort Toyota Prius, maar dan de luxe versie ervan, een Lexus. Comfortabel en oerbetrouwbaar.


Ik onderhoud 'm grotendeels zelf, omdat er eigenlijk nooit iets anders aan hoeft te gebeuren dan jaarlijks olie en filters verversen en omdat de dealer er niet de juiste motorolie in doet. 

Nu moest het ding desondanks naar de dealer voor een recall, omdat er iets met de zij-airbags was. Het mooie is dat ze dan ongevraagd een leen-auto voor je achterlaten. Deze keer was het een Lexus IS300h van 2018.
Beetje groot voor mijn maatstaven, maar verder wel een fijn apparaat, dat goed vooruitkomt. Ik reed er veertig kilometer in en ik kwam al snel niet meer bij van het lachen. Even wat uitleg.

Dit is een hybride auto. Dat wil zeggen dat hij zowel een motor op dinosaurussap als een elektromotor en accu heeft. In combinatie met een planetair tandwielstelsel maakt die elektromotor dat de auto geen versnellingsbak nodig heeft. Er zit zelfs geen achteruitversnelling op, hij kan alleen elektrisch achteruitrijden. Daarom roept Lexus dat hun auto's 'standaard automaat' hebben, maar dat is marketinggejok, want er wordt dus helemaal niet geschakeld.



Elke Lexus hybride heeft drie rij-modi, die je met een draaiknop kunt kiezen: Eco, Normaal en Sport. Bij mijn auto gaat-ie in de sportstand alleen wat zwaarder sturen en reageert de motor wat vlotter op het gas. Maar bij de IS300h gebeurt er meer: hij gaat meer herrie maken en - wait for it - hij doet net of-ie schakelt! Zoals gezegd, er zit helemaal geen versnellingsbak in, maar als je in de sportstand het gaspedaal intrapt gaat-ie meer broembroem en hengheng doen en simuleert-ie versnellingen die er niet zijn.

Het wordt nog gekker: je kunt in dit ding, als je wilt, ook zelf doen alsof je schakelt, door middel van zogenaamde 'flippers' achter het stuur. Op de foto kun je ze net boven de knoppenwinkel op het stuur zien uitpiepen. Die flippers zitten ook in formule 1-auto's, waar het nut heeft, omdat daar alles zo snel gaat dat je je hand maar beter niet van het stuur kunt halen om te schakelen. Maar in de IS300h is het dus dubbele onzin: geen raceauto en geen versnellingsbak.

Ik stel me zo voor dat de mannetjes die dit soort auto's kopen leasen het niet interesseert. Ze hebben geen idee hoe een auto in elkaar zit en houden van broembroem en hengheng, omdat ze geloven dat het 'sportief' is.

zaterdag 24 december 2016

De Kantoorkist

De Kantoorkist - model flightcase
Hoewel ik maar een eenvoudige kantoorslaaf ben, heb ik sinds kort een flightcase. Het soort kist dat wereldwijd wordt gebruikt door raceteams, fotografen, musici, rockbands, theatergroepen en film- en TV-makers om allerhande kostbare spullen in te vervoeren. Dat zit zo.

Aanleiding

M'n werkgever heeft besloten dat z'n medewerkers te veel ruimte innemen en dat dat te veel geld kost. Daarom moeten we aan Het Nieuwe Werken. Dat wil zeggen:
  • Geen vaste werkplekken meer;
  • Kunstmatige schaarste: ongeveer 0,7 bureau per medewerker, een meter plank voor dossiers en nog een locker voor persoonlijke zaken;
  • Tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Je kunt ook thuiswerken.
De schaarste brengt met zich mee dat je van tevoren nooit weet of je op kantoor nog wel een werkplek hebt en zo ja, waar die zal zijn. Als je pech hebt kan die werkplek ook in een heel ander deel van het gebouw zijn, ver weg van de plank in de kast waar je je spullen hebt. We zijn op het moment van schrijven nog nauwelijks gedigitaliseerd.

Ik werk met een groot aantal dossiers, waarvan sommige nogal dik zijn, of vertrouwelijk. Die sleep ik niet mee naar huis en ik ga er al helemaal niet mee in de kroeg of het park zitten. Die ene plank is tijdens kantooruren niet afsluitbaar; iedereen kan erbij. 
Klagen heeft niet zoveel zin, want men heeft nu eenmaal bedacht dat iedereen zich hieraan moet houden en 'flexibel' moet zijn. No exceptions! Althans zo min mogelijk.
Maar ik heb geen zin om me slaafs te schikken, want ik ben geen eenvormig machientje. En ik heb vooral geen zin om m'n spullen onoverzichtelijk op een plank te stapelen, ergens in een open kast waar ik niet bij in de buurt werk. Vandaar een kantoorkist.

Eisen

De eisen voor m'n kantoorkist waren betrekkelijk eenvoudig:
  • Praktisch, degelijk, afsluitbaar en groot genoeg.
  • Een kleiner volume dan de plank en het persoonlijke kastje.
  • Mobiel. Ik moet overal in het gebouw kunnen werken en dan m'n spullen bij me hebben.
  • Ruimte voor dossiers, laptop+voeding, drinken (waaronder waterfles, theemok en theezakjes) en kantoorgereedschappen.
  • Onderscheidend en herkenbaar.
Wat zoekwerk op internet bracht me bij de Flight Case (of op z'n Amerikaans: Road Case).  Het concept heeft zich bewezen doordat dit soort kisten al decennia over de hele wereld worden gesleept, waarbij zowel de kist als de inhoud steevast heel blijft.

Uitklapbureau-in-een-flight-case
Er zijn veel bedrijven die fantastisch mooie flight cases maken, vaak precies op maat. Die zijn duur, want het ontwerpen en in elkaar zetten van die dingen kost nu eenmaal tijd. Er is zelfs een bedrijf in Soesterberg dat geweldige uitklapbureaus maakt, die door tourmanagers over de hele wereld worden gebruikt. Ze kosten alleen wel duizenden euro's per stuk. Te duur voor een kantoorslaaf die alleen maar een kist wil. Je kunt ook een goedkope standaardkist uit China kopen. Maar ja, da's een standaardkist, vaak van twijfelachtige kwaliteit.

Het leuke is: je kunt ze betrekkelijk makkelijk zelf maken, helemaal naar eigen wens. Kleine flight cases, grote flight cases, lichte flight cases, hele stevige zware flight cases, met en zonder wielen, kleppen of deuren, alles is mogelijk. Er zijn ten minste twee grote fabrikanten (Adam Hall en Penn Elcom) die een gigantische keus in materialen en onderdelen hebben, waarmee iedereen met wat tijd, zin en het juiste gereedschap z'n eigen flight case kan maken.

Dus zo gezegd, zo gedaan.

Uitvoering

Houten lade met inzetbakje
en aluminium hangmaplade
Het begon met plannen, denken, schetsen en fantaseren. Bedenken wat er allemaal in moet en waar het een plekje in de kist moet krijgen. Gaandeweg kwam ik er zo achter welke afmetingen en indeling m'n kantoorkist moest hebben.
Toen dat eenmaal duidelijk was heb ik eerst de laden gemaakt: een houten lade en twee hangmapladen van aluminiumprofielen. Daarna wist ik hoe groot de buitenkant zou worden en heb ik het hout en metalen beslag voor de kist zelf besteld. In feite heb ik m'n kist dus van binnen naar buiten gebouwd.

De onderdelen - 9 mm multiplex met
1 mm laminaat, aluminiumprofielen,
popnagels en beslag
Het hout en de aluminiumprofielen kun je in grote maten en lengtes kopen en zelf op maat zagen. Maar het is slimmer om het zaagwerk door een professional te laten doen. Dan weet je tenminste zeker dat alles perfect haaks is, of precies in verstek gezaagd, zoals de zgn. sluitprofielen tussen de kist zelf en de deur. Ik heb het laten doen bij MCase/zelfbouwcase.nl in Zuidland, waar ik zeer tevreden over ben. Goede uitleg en service, vlotte levering. Daar kwam ook de rest van de onderdelen vandaan.

Speciale flightcase-popnagels en
fikse popnageltang
Nadat het hout gearriveerd was kon ik de deur en de kist zelf in elkaar lijmen en timmeren. Daarna de aluminium hoek- en sluitprofielen erop met speciale, geribbelde flightcase-popnagels, evenals de balhoeken, overzethoeken, handvatten, vlindersluitingen en het scharnier.
Het lijkt allemaal simpel als je het leest, en het was ook niet echt ingewikkeld. Maar ik ben er heel wat uren, verspreid over een paar maanden mee bezig geweest. Uiteindelijk heb ik meer dan driehonderd popnagels in de kist verwerkt. Ik had er weliswaar een fikse popnageltang met een grote hefboomwerking voor aangeschaft, maar toch kreeg ik er nog behoorlijk lamme armen van.

Deur-met-interieur
Toen dat allemaal klaar was, moest het interieur nog ingebouwd worden. In de deur drie vakjes met deurtjes ervoor, en twee open vakken voor laptop en drinkfles. De deurtjes sluiten met de kleinste kogelsnappers die ik kon vinden, met een diameter van slechts 6,5 mm. Ze zijn verwerkt in het 9 mm dikke multiplex van de deurtjes zelf, waardoor ze geen kostbare ruimte innemen. Veel meer werk dan waar ik op had gerekend, maar wel goed voor menig genoeglijk uurtje in het atelier. Het scheelt dat ik een verwoed knutselaar ben, anders was die kist nooit afgekomen. En de deurtjes sluiten nu stuk voor stuk met een steeds weer enorm tevredenstellende klik.

De Kantoorkist in actie
Laden zijn 110% uittrekbaar
Tenslotte vier wielen onder de kist en eentje onder de deur, zodat de kist niet omflikkert als de deur opengaat. En om 'm helemaal uniek te maken, een parapluhouder (octrooi aangevraagd) en een home-made Kensington lock. Daarmee kan ik 'm met een staalkabel ergens aan vastleggen, zodat niemand ermee aan de haal gaat als ik er niet ben.

Het Nieuwe Werken, zoals het bij ons is ingevoerd, is een plat, eenvormig concept dat achter een bureau is bedacht door ietwat autistische lieden die er heilig in geloven en het met zo min mogelijk flexibiliteit doorvoeren. Ik noem ze steevast conceptterroristen.
Tijdens het bouwen van m'n kist had ik veel voorpret over mogelijke reacties van de conceptterroristen. Ik had erop gerekend dat mijn kist niet in het platte concept zou passen. Hij is in volume echter veertig liter kleiner dan die onhandige plank en locker bij elkaar, maar oneindig veel praktischer en mobieler. Ik was graag de discussie met ze aangegaan. Nu ik het ding een paar weken tot volle tevredenheid gebruik ben ik eigenlijk een beetje teleurgesteld dat er nog geen conceptterrorist over is gevallen. Geen enkele reactie uit die hoek, niets.

De Kantoorkist in ruste
Gelukkig wel heel veel positieve en enthousiaste reacties van collega's. Sommigen informeren voorzichtig wat dit grapje me gekost heeft. Ik schat zo'n vierhonderd euro, waarbij ik niet eens meereken dat dit een mooi excuus was om weer wat gereedschap te kopen.
Er zijn er ook die suggereren dat ik ze in serie zou kunnen maken - voor collega's bijvoorbeeld. Maar dan vertel ik hoe enorm kostbaar m'n vrije tijd is; en dat niemand dat kan betalen. Ik blijf dus hoogstwaarschijnlijk de enige bij ons op kantoor met een eigen kantoorkist.

zaterdag 2 juli 2016

"Pure emotie is jouw logica"

Pure emotie
Pure emotie - keilogisch!
Sinds een paar dagen hoor ik 's-ochtends op de radio een opmerkelijk reclamespotje voor Alfa Romeo. Voor wie niks met auto's heeft: Alfa Romeo was voor de tweede wereldoorlog een roemrucht automerk dat bijzondere auto's voor rijke mensen maakte. Maar daarna werden het al snel Fiats met een iets ander uiterlijk en een ander naamplaatje erop. Zeg maar de 'premium'-versie van Fiats, een middel om meer geld te verdienen aan Fiat-kopers die daar gevoelig voor zijn.

Maar terug naar dat radiospotje. Het appelleert in allerlei potsierlijke termen heftig aan het gevoel van de Alfa Romeokoper, totdat het eindigt in de apotheose:

"Pure emotie is jouw logica"

Miljoenen jaren evolutie, biggest brains on the planet, de kindertijd ontgroeid en dan is pure emotie je logica. Bij dit soort baarlijke nonsens hef ik de handen wanhopig ten hemel en haak af.

'Pure' emotie en het daarbij laten is wat mij betreft niet meer dan een excuus om je hersens niet te hoeven gebruiken. Lekker makkelijk. Daar worden bepaalde marketingmensen heel blij van, want aan consumenten die hun hersens niet gebruiken kunnen ze lekker veel rotzooi verkopen. Voor veel marketingmensen is nog meer rotzooi verkopen het allerhoogste goed, dat is hun ultieme doel, zo extreem simpel zitten ze in elkaar. Ook politici met het ethisch besef van de platste marketeers zijn helemaal van de emotie, want aan kiezers die hun hersens niet gebruiken kunnen ze nog meer onzin verkopen.

Niet dat ik daar nou bijzonder blij van wordt, maar eigenlijk is dit wel een mooie samenvatting van het huidige tijdsgewricht. Ratio is uit, emotie is in, Alfa Romeo wakkert het in het eigen belang lekker aan en maakt er ten volle misbruik van. Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Een paar citaten van het Twitter-commentariaat:
Het moge duidelijk zijn dat ik van zo'n slogan lichtelijk moet kokhalzen. Het zal ook niet verbazen dat ik al helemaal niet gezien wil worden in een auto die met dit soort nonsens wordt aangeprezen. Als ik al een auto zou kopen om er indruk mee te maken op mijn omgeving, dan zou dat nu toch zeker geen Alfa Romeo meer zijn. Ik hoor het de buren al zeggen: "jaja, pure emotie is zijn logica".


zaterdag 25 oktober 2014

Shaun, het mechanische schaap

Moos: "wat moet dat in mijn tuin?"
Bij het huis waarin ik woon ligt al twintig jaar een gazon. In die twintig jaren heb ik het niet altijd even goed onderhouden. Met als resultaat dat het eigenlijk niet meer een gazon, maar een mosvlakte was. Er hielp geen kalk, mest of verticuteren meer aan, het gras had de strijd goeddeels verloren.

Nu heeft mos ook z'n voordelen: je hoeft het niet te maaien. En als je er verder niet aanzit, blijft het groen en egaal. Maar ja, het is toch het resultaat van jaren luiheid en dat wens je niet als uithangbord om je huis te hebben liggen.

Kortom: er moest maar eens een nieuwe grasmat komen. Nadat ik bij mijn wederhelft enige tijd vruchteloos voor kunstgras had gepleit ("Niet duur! Echt, net echt! Onderhoudsvrij!"), werd er uiteindelijk toch een grasmat van echte zoden uitgerold. Maar ik had intussen wel een degelijk compromis uitonderhandeld: een robotmaaier. Een heuse Husqvarna Automower 305.

Enerzijds is zo'n robotmaaier natuurlijk een stuitend decadent ding, de ultieme uiting van ons tweeverdienerschap, de luiheid ten top. Maar anderzijds: niet meer elk weekend een uur lang met een luid knetterende en smerig walmende grasmaaier aan de gang, maar alleen op gezette tijden een zacht zoemen (en soms wat knisperen als-ie een blaadje of takje tegenkomt). Milieuvriendelijk dus. En het is een genot om naar te kijken, want voor een grasmaaier is-ie enorm slim. Hij houdt steeds precies voordat hij de border in dreigt te rijden op met maaien, rijdt een stukje achteruit, draait een willekeurig aantal graden en rijdt weer verder, onderwijl kris-kras over het gazon rijdend en per saldo een prachtig egale grasmat achterlatend. Dat gaat net zo lang door tot-ie zelf merkt dat z'n accu moet worden opgeladen en dan zoekt-ie volledig automagisch z'n laadstation op. Daarom hebben we 'm Shaun genoemd, naar het onnatuurlijk intelligente animatie-schaap Shaun. Ons mechanische schaap weet precies waar het gazon ophoudt en rijdt nooit pardoes een border in, hij weet zelf z'n voerbak te vinden, hij weet wanneer hij moet maaien en wanneer hij zich koest moet houden. Hij is volledig autonoom. Nou vooruit, ik moet 'm maandelijks even op z'n rug leggen, schoonmaken en van nieuwe mesjes voorzien, maar afgezien daarvan redt-ie zich helemaal zelf. Klaagt niet, werkt dag en nacht door, in regen en wind en heeft niet meer nodig dan een stopcontact. Een ideale werknemer, zogezegd. Als ik hovenier was zou ik me serieus zorgen maken.

vrijdag 29 augustus 2008

Multifunctionele cabrio

Ik houd van (oude) cabriolets. Dat zijn open auto's, die bij voorkeur open - dus zonder dak - gebruikt dienen te worden, want met het dak dicht is er niks aan. Toch heeft een dichte cabrio voor sommigen ook een zekere aantrekkingskracht.

Lekker zacht, zo'n cabriodakje.

donderdag 1 mei 2008

Van de Triumph Spitfire, 20W50 olie en de puisterige puber

Het gebeurde allemaal op een prachtige lentedag. Nadat ik een paar MGB's langs m'n raam had zien scheuren besloot ik de middag vrij te nemen om m'n Triumph Spitfire aan de gang te krijgen. Daarvoor had ik motorolie nodig, van de soort 20W50 om precies te zijn. Naar moderne maatstaven is dat behoorlijk stroperig spul, maar deze motor heeft het nu eenmaal nodig. Dus op weg naar huis ging ik even langs de lokale automaterialenhandel, die me tot nu toe niet heeft teleurgesteld.

Eenmaal binnen werd ik benaderd door een puisterige puber: "kan ik u helpen?".
"Ik zoek 20W50 motorolie".
"20W50? Dat is zwaar. Wat voor auto hebt u?".
Ik verklaarde trots dat het om een Triumph Spitfire ging.
De puisterige puber keek me wat dommig aan en zei toen "ah, een diesel dus".
Hier viel ik even stil. Ik dacht een professionele automaterialenhandel te zijn binnengelopen en de dienstdoende puistenkop geloofde (van denken was geen sprake) dat er een dieselmotor in m'n Triumph Spitfire sportwagen van 1976 zat.
Ik probeerde nog: "nee, het is een T-r-i-u-m-p-h  S-p-i-t-f-i-r-e, je weet wel...", terwijl ik m'n vlakke hand ongeveer een meter boven de grond hield.
"Ja, dat moet een diesel zijn", zei de blaag beslist, "alleen oude diesels gebruiken dat spul. Ik kan wel wat bestellen als u wilt".

Zoals ik al zei, het was een prachtige dag, maar deze kluns had 'm wel grondig verpest.

Ik heb rechtsomkeert gemaakt en heb alle 20W50-olie gekocht die ik kon vinden bij een landbouwhuis. Boeren willen namelijk nog wel es oude trekkers hebben, waar ook dit soort motorolie in moet. Ik ben ervan overtuigd dat deze aankoop de kans aanzienlijk verkleint dat ik de komende jaren nogmaals geërgerd raak door de stuitende onwetendheid van een puisterige puber.

Maar m'n zorgen blijven: wat moet er van de jeugd van deze wereld worden?

Ik was een mystery shopper

Het is alweer bijna een jaar geleden, dus het verhaal mag nu wel es verteld worden: ik was mystery shopper. Da's een heel nieuwe tak van sport voor mij, maar het was best leuk om een keertje te doen. Hoewel: je moet er wel met overtuiging grote l*lverhalen voor kunnen ophangen en dat gaat me nou ook weer niet echt makkelijk af.
Ik moest dus serieus belangstelling tonen in een Land Rover Discovery 3, een gigantische asobak van zo'n 60 a 70 mille. Nu vind ik auto's (vooral oude) over het algemeen best interessant, maar dit is het soort auto waar ik echt een aversie tegen heb. Het is een rijdende windvanger, model koelkast, grof gestyleerd, gespeend van iedere subtiliteit, een in-your-face-milieuhuftermobiel (hoogste emissieklasse), een auto voor wie alles heeft behalve zelfvertrouwen, een overmaatse Tonka-toy, een kleine-piemeltjes-compensator van jewelste. Hij wordt steevast vanuit een laag standpunt gefotografeerd, om 'm nog groter te doen lijken dan hij al is. En het gevaarte weegt - gaat u even zitten - 2,5 ton. Kortom: een Heel Erg Foute Auto, waar over het algemeen slechts Heel Erg Foute Mensen in gezien willen worden.
Ik werd van tevoren nauwkeurig geïnstrueerd. De verkoper moest volgens het draaiboek binnen een minuut na mijn entree oogcontact maken en binnen vijf minuten z'n volle aandacht voor me hebben. Zo niet, dan moest ik zelf contact zoeken. Het uiteindelijke doel was het verkrijgen van een schriftelijke offerte, die opgemaakt moest worden op de computer. Dus niet mondeling, handgeschreven of alleen maar een prijslijstje uit 't rek, maar echt een 'tailored' computeruitdraai, op naam gesteld (daar ging m'n privacy) en rekening houdend met al m'n wensen.
Bij binnenkomst in de showroom werd ik meteen door de verkoper opgemerkt en begroet. Ik liep naar de eerste de beste Discovery (een hele dure, met alles d'r op en d'r aan), nam plaats op de met leder beklede fauteuil achter het stuur en veinsde interesse in het (foeilelijke, hoekige) interieur van de auto. Na ongeveer vier minuten kwam de verkoper naar me toe. Ik gaf aan waar ik naar op zoek was (hoge zitpositie en comfort, had ik bedacht) en de verkoper meldde welgemoed dat ik daarvoor aan het juiste adres was. So far, so good.
Midden op het dashboard, bij de bediening van de klimaatbeheersing, zat een knop met het opschrift 'Auto'. Ik maakte, wijzend op de knop, een lollig bedoelde opmerking dat het toch maar goed was dat ze er zo duidelijk op hadden gezet wat het was - waarop de verkoper bloedserieus en omstandig begon uit te leggen dat de automatische instelling van de klimaatbeheersing op twee manieren kon werken. Ik had er niet om gevraagd, was er evenmin in geïnteresseerd en het werd er ook niet echt duidelijker van. Check: minpuntje.
We praatten wat over de auto, het interieur, wat ik nog meer zocht in een Discovery (motorisering, kleur, uitrusting, accessoires) en de verkoper zei terloops dat een en ander uiteraard afhankelijk was van m'n budget - een (mislukte) poging om erachter te komen wat m'n budget precies was. Wat een spel is het toch.
Mijn opmerking - omkleed met een zo aannemelijk mogelijk blablaverhaal - dat ik m'n huidige auto niet ging inruilen, en dat ik zonder inruil wel korting verwachtte (letterlijk en glimlachend: "ik verwacht natuurlijk een aanbod dat ik niet kan weigeren!") opende al gauw de deur naar het kantoortje, waar de computer stond waarop m'n offerte gemaakt moest worden.
De verkoper gaf aan dat hij 7% korting gaf op de netto catalogusprijs. Toen ik quasi-teleurgesteld reageerde (ik heb ooit es 8% bedongen en gekregen) door het naar voren steken van m'n onderlip, kwam hij plots met een verhaal over 9% korting als ik gebruik zou maken van internet. Ik reageerde verbaasd. Het kwam erop neer dat ik via een website een nieuwe Discovery kon kopen, die dan wellicht uit het buitenland (België, Duitsland) kwam, maar die - als ik het goed heb begrepen - wel via deze dealer geleverd zou worden. Een vaag verhaal, waar ik niet verder op ben ingegaan, maar wat me er wel aan herinnerde dat ik met een autodealer (de moderne variant van de aloude, immer ritselende paardenhandelaar) had te maken.
De verkoper gaf ongevraagd aan wat de waarschijnlijke levertijd zou worden. "Als u 'm vandaag bestelt wordt-ie half februari geleverd". Hij vroeg onomwonden naar m'n plannen, wanneer ik een nieuwe auto zou willen kopen. Voor mij een kans om aan te geven dat ik 'm zeker niet vandaag wilde bestellen en bovendien eerst es even rustig wilde rondkijken, folders sprokkelen en websites afstruinen - de verkoper verontschuldigde zich en zei dat hij me natuurlijk niet wilde pushen. Nee, natuurlijk niet.
Aan het eind van het gesprek in het kantoortje zei ik terloops dat ik een auto met wat ruimte wel prettig vond, omdat ik regelmatig naar Engeland ga om onderdelen voor m'n oude Engelse auto's op te halen. Dat was geen onderdeel van het l*lverhaal, het is waar. De verkoper, heel geïnteresseerd: "Oh? Wat voor auto's?". Het bleek dat de verkoper (die blijkens z'n kaartje ook de directeur van 't spul bleek te zijn) tot voor kort zelf een Triumph TR6 van 1973 had gehad, die hij met pijn in 't hart van de hand had gedaan. Het werd dus nog reuze gezellig. Bovendien stond er een stokoude oer-Landrover van het allereerste type achter in de showroom - een dankbaar gespreksonderwerp voor oude jongens die nog steeds van speelgoedauto's houden. Daardoor heeft het bezoek een uur geduurd - het Discovery-verhaal was in iets meer dan een half uur wel gepiept.
Na afloop heb ik thuis nog even de luxe folders doorgewapperd, hetgeen me alleen maar bevestigde in m'n overtuiging dat dit toch echt absoluut helemaal geen auto voor mij is. Ik heb ook erg moeten lachen om de wervende teksten, waarin onder meer het 'aerodynamische design van de buitenspiegels' werd bejubeld. De rest van de auto is zo aerodynamisch als een baksteen, maar aan de spiegels zal het niet liggen.
Enfin, toch weer een hoop leerzame pret en genoeglijke kout - en dan ook nog vijftig euro toe, waar vind je dat nog tegenwoordig?

maandag 31 maart 2008

Triumph 2500 PI Mk2 - tijdig op je bestemming aankomen is een optie

Dat waren nog eens auto's. Voorzien van een zescylinder lijnmotor van 2,5 liter en 125 tot wel 150 PK. En die motor had Pie-Aaj, brandstofinjectie. Dat hadden voor die tijd alleen Mercedessen. Het was dezelfde motor die in de Triumph TR6 zat. Elke schooljongen wist dat dat een echte open spogtauto voor mannen was, die rechtstreeks afstamde van de TR2, TR3 en TR4, waarmee Triumph op circuits had gezegevierd. De roemrijke glans van de TR-sportauto's straalde daarom af op de brave huisvaders die het geluk hadden om in een Triumph 2500 PI Mk2 als deze te mogen rijden. Triumph auto's waren de Britse BMW's*) van hun tijd - zo'n 36 jaar geleden.

Fast forward naar 2008.

Daar sta je dan, langs de Emmasingel in Groningen, in je prachtige, maar stilgevallen Triumph 2.5 PI MK2 in Conifer Green. Uiterlijk goed onderhouden, zelfs voorzien van echte TR6-velgen, maar het mocht niet baten. De motorkap staat op een kier en de bestuurder is aan 't bellen met hulpverleners. Overgeleverd aan de nukken van een auto uit een tijdperk waarin betrouwbaarheid nog een heel andere betekenis had.

Het leven is een avontuur en het leven met oude auto's is dat helemaal. Tijdig aankomen op je bestemming is niet standaard maar een optie. Ik hoop maar dat deze bestuurder geen haast had - en dat het snel weer goed komt met z'n mooie Triumph uit 1972.

*) BMW is tegenwoordig eigenaar van de merknaam Triumph. Het kan verkeren...

woensdag 26 maart 2008

Wat Smurf je me nou?

Hoewel die hele, door Albert Heijn in gang gezette smurfengekte me natuurlijk gestolen kan worden, was ik toch wel blij met m'n eigen Luilaksmurf. Hij lag rustig op de trafo van m'n bureaulamp te liggen en zo nu en dan keek ik even naar 'm. Dan voelde ik verbondenheid met m'n stukje blauw-witte plastic. Wij begrepen elkaar.

Na een paar dagen regelde ik een Smurfinnetje als gezelschap voor m'n Luilaksmurf, want alleen is maar alleen. En ik zag dat het goed was.

Maar vandaag nam ik plaats achter m'n bureau en schrok me te pletter.

Wat een teleurstelling. Mijn favoriete smurf, waarmee ik me nog zo identificeerde, blijkt helemaal niet de luilak te zijn die ik in 'm zag!

Of zou 't de lente zijn?

dinsdag 18 maart 2008

Smurfen zijn ook maar mensen

Het gaat goed met m'n smurf. Hij ligt er nog steeds bijzonder comfortabel bij en is nog niet wakker geworden van mijn harde werken. Maar toch ontbrak er iets: hij was zo alleen. Nu ging het mij natuurlijk te ver om alle veertien andere AH-smurfen ook nog op te trommelen. Bovendien ben ik daar rijkelijk laat mee, want het leger van 29 miljoen schijnt al helemaal onder de mensen verspreid te zijn. Maar een minimale inspanning moest ik wel leveren, vond ik. Ik voelde me aan m'n favoriete smurf verplicht om 'm liefde en aandacht te schenken, want aan een depressieve smurf heb je ook niks. Met die aandacht heb ik geen moeite, die geef ik 'm regelmatig. Maar liefde is een ander verhaal, dat gaat me niet lukken. Daarom ben ik op het idee gekomen om een Smurfin voor 'm te regelen.

woensdag 12 maart 2008

De smurfengekte - maak er het beste van

Albert Heijn heeft de consument in zijn macht gekregen door het inzetten van een leger van 29 miljoen smurfen. Een ware smurfengekte heeft zich van de klanten van de grootgrutter meester gemaakt. Kinderen terroriseren hun ouders en sporen hen aan om nog meer bij AH te consumeren, opdat ze hun verzameling zo groot mogelijk kunnen maken. Meer, meer, meer is het devies en AH spint er garen bij.

Als kritische consument, die uit alle macht zijn eigen keuzen wil blijven maken en zich hierdoor dus niet van de wijs wil laten brengen, zie ik dit alles meewarig aan. Want waar gaat het nou eigenlijk om? Kleine, blauwe plastic poppetjes, in vijftien verschillende verschijningsvormen. Je krijgt een smurf voor elke vijftien euro die je bij Albert Heijn besteedt (in één keer, dus studenten zijn in de praktijk uitgesloten van deelname). Big deal. Het schijnt dat je er zelfs een speciale verzameldoos voor kunt aanschaffen. Kon aanschaffen, moet ik zeggen, want ik hoorde onlangs dat die al uitverkocht waren.

Enfin, 'iedereen' doet enthousiast mee en er is intussen al een levendige ruilhandel ontstaan in die stukjes plastic. Bij mij op 't werk ook, daar trof ik op het bureau van een collega een hele menigte smurfen aan, gereed om geruild te worden. Daarvan heb ik er eentje gebietst, mijn favoriete smurf:

Ik heb 'm op de trafo van m'n bureaulamp geplakt en onder het harde werken kijk ik zo nu en dan even naar die smurf, in plaats van uit het raam. Op die momenten voel ik me geestelijk nauw verbonden met mijn stukje plastic.

vrijdag 31 augustus 2007

Een nieuw zakmes

Mijn vader had een zakmes. In mijn herinnering deed-ie daar de meest fantastische dingen mee. Schroeven in- en uitdraaien, appeltjes schillen, nagels schoonmaken, flessen openen - hij peuterde er nog net niet mee in z'n neus. Als kind zei ik altijd tegen iedereen die 't maar horen wilde: "mijn vader doet alles met z'n zakmes". Het kon niet anders of ik zou later, als ik groot was, ook een zakmes gaan dragen. Niet om m'n nek, niet aan een sleutelbos, maar in m'n zak, want zo hoort dat bij een zakmes.

Ik loop dus al een paar decennia met zo'n ding rond. En ik doe er bijna net zo veel me als m'n vader. Nee, dat is niet waar, ik liep ermee rond en ik deed er bijna alles mee. Ik ben 'm namelijk kwijt geraakt. Ik raak haast nooit iets kwijt, en als het toch een keer gebeurt vind ik het meestal wel weer terug, maar deze keer gaat me dat niet lukken. Ik heb 'm namelijk achtergelaten in een groot, pas gemaaid weiland. Vlak nadat ik 'm daar onbedoeld liet liggen kwam de boer met z'n trekker om het gras te schudden. Geloof me, een speld in een hooiberg is er niks bij.

Op zoek naar een nieuw zakmes dus. En dat valt nog helemaal niet mee, want mijn wensen zijn tamelijk specifiek, de keus is gigantisch en toch sluiten vraag en aanbod niet op elkaar aan.

Ik wil een degelijk, traditioneel zakmes. Er zijn twee fabrikanten die zoiets maken: Wenger en Victorinox. Beide (Zwitserse) fabrikanten leveren messen aan het Zwitserse leger, het klassieke Swiss Army Knife. Ik had zo'n legerzakmes, met een groot blad, een blikopener-met-kleine-schroevendraaier, een flesopener-met-grote-schroevendraaier en een priem. Het had een mooie, aluminium buitenkant met een in de loop der jaren helemaal afgesleten Zwitsers kruis erop. Alles wat ik nodig had zat er op, niets meer en niets minder. Maar er is natuurlijk veel meer keus in functies. Van de zinvolle functies leken de volgende me wel handig: nagelvijltje, tandenstoker en een kleine, slanke schroevendraaier. Wat ik niet wil is een schaartje (als je toch al kunt snijden hoef je niet te knippen) en een kurkentrekker (ik drink niet).

Simpel, zou je denken, maar zo makkelijk is het helemaal niet. Er zijn messen met tangen, moersleutels, nagelknippers, kompassen, vergrootglazen, pennen, USB-sticks, klokken, laseraanwijzers, aanstekers, MP3-spelers en (echt waar!) digitale hoogtemeters. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een mes waar het op zit. Maar dat wil ik helemaal niet, want ik wil geen overbodige zooi meeslepen. En daar zit 'm nu het probleem. Ik kan geen mes vinden met precies die functies die ik wil hebben. Ik vond op de Amerikaanse Victorinox-site weliswaar een soort knife configurator, waarbij je de functies die je wilt hebben kunt aanklikken, maar daar rollen altijd messen met te veel of te weinig functies uit.

Ik bespeur hier een gigantisch gat in de markt. Lego heeft het al voor elkaar: je bouwt via een webapplicatie je droomhuis, -auto of -robot van digitale Legosteentjes, drukt op de knop 'bestellen' en een week later staat de postbode met jouw unieke Legodoos voor de deur.

Waarom kunnen Wenger en Victorinox dat niet?

zondag 12 augustus 2007

Remmen met een Ford model T

Het is nu eenmaal niet te vermijden dat je als liefhebber van oude auto's andere liefhebbers van oude auto's tegenkomt. Zo ook vandaag.

Kijk toch eens naar dat vrolijke stel! De auto is inmiddels 92 jaar oud, maar dat maakt de pret alleen maar groter.

En toch is er iets zorgwekkends. Hoewel dit de auto is die Amerika mobiel maakte en hoewel er meer dan 15 miljoen van zijn gemaakt, past hij niet meer in de huidige tijd. Dat ziet een kind, zul je zeggen, maar pas op, deze tijd is gevaarlijk voor een auto als deze. En niet alleen voor de auto, ook voor zijn inzittenden. En dan heb ik het niet over zoiets banaals als gordels.

Wie goed kijkt ziet dat de voorwielen geen remmen hebben. Dat is ook de reden dat er een ZZ-kenteken op zit. Die werden tot voor een paar jaar terug uitgegeven voor voertuigen die niet voldeden aan de regels: onvoldoende remmen, te hoog voertuiggewicht, dat soort dingen. Ik sprak met de bestuurder van een Ford Model T en vroeg of het nou een beetje remde met alleen remtrommels op de achteras. Hij keek me eerst niet begrijpend aan en zei toen “nee, die zijn alleen voor de handrem”. Het bleek dat de hele auto remde met één enkele transmissierem. Dus ik vroeg of dat de auto goed tot stilstand kon brengen. “Voor geen meter”, zei de bestuurder grijnzend, “ik moet enorm oppassen in dit ding, anders zit ik zo ergens tegenaan“. De wereld is daar niet meer aan gewend. 'Moderne' automobilisten houden er geen rekening mee dat voertuigen als deze nauwelijks kunnen remmen. Het past niet in hun referentiekader.

Daarom heb ik groot ontzag voor de Ford Model T-rijders van vandaag. Het zijn de bikkels onder de oldtimerliefhebbers, die zich met ware doodsverachting in hun anachronistische vehikels in het huidige verkeer werpen. Petje af.

Overigens heeft de Ford Model T wel een bijzonder soort noodrem. De bestuurder beschikt over drie pedalen, met geheel andere functies dan we vandaag gewend zijn. Links zit het pedaal voor de semi-automatische (geen koppeling) twee-versnellingsbak. In het midden zit het pedaal voor achteruit en rechts zit het pedaal voor die ene, nauwelijks werkende transmissierem. Geen gaspedaal? Nee, de gashendel zit op het stuur. In het geval de ankers echt uitgeworpen moeten worden trapt de bestuurder keihard zowel het rechter als het middelste pedaal in. Goed voor de transmissie kan het niet zijn, maar de auto vermindert er iets beter vaart mee. Een hele geruststelling.