Eén van mijn kleine geneugten is een fijne auto. Een soort Toyota Prius, maar dan de luxe versie ervan, een Lexus. Comfortabel en oerbetrouwbaar.
zaterdag 1 juni 2019
De Lexus IS300h is een onzin-auto voor mannetjes
donderdag 8 september 2016
VW-chef ergert zich aan de feiten
![]() |
| "Mich ärgert das maßlos" |
Nu heeft de tamelijk nieuwe chef van het 'geplaagde' VW, Matthias Müller, daarop in het openbaar gereageerd. Niet in de zin van 'we hadden eigenlijk veel eerder zelf daadwerkelijk innovatieve producten op de markt moeten brengen'. Nee, Müller ergert zich aan wat (voormalige?) VW-klant DHL doet. Hij vraagt zich hardop tegen journalisten af waarom DHL niet 'gewoon' weer voor z'n auto's bij VW is gekomen. Dat is immers de norm, zo is het altijd gegaan, dus waarom is het nu niet ook zo gegaan?
Gelukkig laat-ie het niet bij klagen alleen, hij heeft ook z'n bedrijfswagen-onderchef Eckhard Scholz opdracht gegeven om contact op te nemen met DHL, om te bekijken of er niet toch iets samen met DHL te regelen valt. Met andere woorden: of er niet wat te redden valt.
Openbare reactie van DHL: "natuurlijk hebben we hierover in het verleden al met VW gepraat, maar die kon of wilde niet leveren wat we wilden hebben. Dus daarom maken we het nu maar zelf".
Tsja.
Volkswagen was (en is) een autoproducent zoals bijna alle andere. Decennialang hebben ze niets anders gedaan dan uitsluitend oude wijn in nieuwe zakken verkopen, zo min mogelijk investeren in innovatie (met het oog op lange termijn) en zo veel mogelijk streven naar winstmaximalisatie. Dit alles ten behoeve van de aandeelhouders, die alleen maar zo veel mogelijk dividend op korte termijn willen zien. Ondertussen luidkeels klagen over overheden die het de auto-industrie zo moeilijk maakten met milieu-eisen, bedoeld om het aantal doden als gevolg van luchtverontreiniging ietwat binnen de perken te houden. Maar ook absoluut niet meer doen dan nodig is om aan die eisen te voldoen, of ronduit frauderen om slechts de indruk te wekken dat je eraan voldoet. Met alle gevolgen van dien. Bijna niemand kwam op het idee om het over een heel andere, innovatieve boeg te gooien. Ze bleven allemaal wanhopig proberen om met de bestaande, eeuwenoude techniek, tegen steeds hogere kosten te voldoen aan de opdrachten die overheden ze (indirect) gaven. Bijna alsof ze ambtenaren waren...
En dan blijkt ineens dat een belangrijke klant je ouwe meuk niet meer hoeft. En dat die klant z'n rekensommetjes maakt en tot de conclusie komt dat het uit kan om de auto's die hij wil hebben dan maar zelf te maken. En dat-ie ze meteen ook wel aan anderen kan verkopen - dat scheelt weer in de kosten. Is me dat schrikken!
Hoe kortzichtig en arrogant moet je als Volkswagen-bons wel niet zijn om naar het voor jou onwenselijke gedrag van je klant te wijzen, je daaraan publiekelijk te ergeren en niet in te zien dat je het toch echt over jezelf hebt afgeroepen? Dat je je eigenlijk te pletter moet schamen dat je het zo ver hebt laten komen.
De komende tien jaar zullen er in autoland meer veranderingen zijn dan we in de afgelopen eeuw hebben gezien. Dat vereist een grote ommezwaai, een paradigmaverschuiving bij de grote autoproducenten, die tot dusverre helemaal niet gewend waren aan veranderingen.
Het is vijf voor twaalf, maar Matthias Müller lijkt het nog niet echt door te hebben. Hij zit nog vast in oude paradigma's ("zo doen wij dat nou eenmaal") en ergert zich eraan dat de werkelijkheid inmiddels anders is. Het wordt een interessant decennium.
woensdag 17 augustus 2016
Wat Tesla kan, kan DHL ook
dinsdag 16 augustus 2016
Opa vertelt
![]() |
| "Broembroem, hengheng" |
De brandstof ging in grote tankauto’s naar tankstations. Die had je toen overal, naast de snelweg en in woongebieden. Als je tank leeg was, dan moest je speciaal naar zo’n tankstation rijden om ‘m weer te vullen. Dat kon je niet zomaar thuis doen, of op je parkeerplek.”
“Maar …”
“En als je dan je tank had gevuld, voor eigenlijk best wel veel geld en met vieze handen achteraf, dan werd de brandstof in de motor vermengd met lucht en dat mengsel werd gebruikt om heel veel ontploffingen te veroorzaken in de cilinders. Daardoor gingen de zuigers op en neer en die op-en-neergaande beweging werd door middel van een systeem van drijfstangen en krukken - net als in een stoommachine! - weer omgezet in een draaiende beweging. De giftige uitlaatgassen werden door een uitlaatsysteem onder de auto weggevoerd en achteraan de auto gewoon de lucht in geblazen, zodat je er geen last van had. Later werden er dure en ingewikkelde filters en katalysators ingebouwd, want het was toch wel een beetje asociaal voor de rest van de wereld. Mensen werden er ziek van. Miljoenen zijn eraan doodgegaan.”
“Ja, maar opa…”
“Wacht nou, ik ben nog niet klaar. De krukas van de motor was via een mechanische koppeling verbonden met een versnellingsbak. Die was nodig omdat ze in 120 jaar ontwikkeling geen kans hadden gezien om het koppel van een verbrandingsmotor een beetje constant te maken. Dus je was met een soort knuppel voortdurend bezig om steeds weer andere tandwielen met elkaar in verbinding te brengen. Soms wel zes of zeven verschillende! Of je kocht een ‘automaat’, waarin dat voor je werd gedaan. Maar die was flink duurder en verbruikte nog meer brandstof. En dan had je in zo’n auto nog een nokkenas en kleppen, een distributieriem of ketting, startmotor, multiriem, dynamo, waterpomp, radiator, ontsteking, carburateur of injectie, noem maar op. Elk jaar moest je ermee naar de garage en dan werd de motorolie ververst en moesten er nieuwe filters in. Het waren echt heel gecompliceerde dingen. Daarom waren ze ook zo duur en kostte het onderhoud ook zo veel geld.”
“Opa…”
“Wacht even, dit is heel interessant. Op wegen hoorde je toen overal het geluid van auto’s en bromfietsen. In steden was het echt een kakofonie, enorm veel herrie. En als het stoplicht rood was en de auto’s stonden stil, dan was het niet stil, want de meeste motoren bleven gewoon draaien! Denk maar niet dat voetgangers naast een druk kruispunt rustig een gesprek konden voeren, want je kon elkaar nauwelijks verstaan. Sommige mensen vonden het zelfs belangrijk dat hun auto of brommer meer herrie maakte dan die van anderen. Ja, dat waren nog eens tijden.”
“Ja maar opa, waarom? Waarom accepteerde iedereen dat zomaar?”
“Kind, we wisten niet anders. We dachten bijna allemaal dat het zo hoorde. Toen het einde in zicht was bleven sommige mensen nog heel lang uit alle macht volhouden dat er geen alternatieven waren. Dom eigenlijk, hè?”
zaterdag 2 juli 2016
"Pure emotie is jouw logica"
| Pure emotie - keilogisch! |
Maar terug naar dat radiospotje. Het appelleert in allerlei potsierlijke termen heftig aan het gevoel van de Alfa Romeokoper, totdat het eindigt in de apotheose:
Miljoenen jaren evolutie, biggest brains on the planet, de kindertijd ontgroeid en dan is pure emotie je logica. Bij dit soort baarlijke nonsens hef ik de handen wanhopig ten hemel en haak af.
'Pure' emotie en het daarbij laten is wat mij betreft niet meer dan een excuus om je hersens niet te hoeven gebruiken. Lekker makkelijk. Daar worden bepaalde marketingmensen heel blij van, want aan consumenten die hun hersens niet gebruiken kunnen ze lekker veel rotzooi verkopen. Voor veel marketingmensen is nog meer rotzooi verkopen het allerhoogste goed, dat is hun ultieme doel, zo extreem simpel zitten ze in elkaar. Ook politici met het ethisch besef van de platste marketeers zijn helemaal van de emotie, want aan kiezers die hun hersens niet gebruiken kunnen ze nog meer onzin verkopen.
Niet dat ik daar nou bijzonder blij van wordt, maar eigenlijk is dit wel een mooie samenvatting van het huidige tijdsgewricht. Ratio is uit, emotie is in, Alfa Romeo wakkert het in het eigen belang lekker aan en maakt er ten volle misbruik van. Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Een paar citaten van het Twitter-commentariaat:
"Pure emotie is jouw logica". Alfa Romeo's reclameman beschrijft en passant ook het gedrag van mensen op social media.— Maarten Brands (@Maarten_Brands) 2 juli 2016
Alfa-Romeo: "Want pure emotie is jouw logica". Het huidige politieke klimaat in één slogan. #brexit #Farage #Boris #Trump #Pvv— Ton Fiselier (@TFiselier) 27 juni 2016
Reclametekst voor een auto: 'Pure emotie is jouw logica' .....wat een gelul zeg. Daar komt juist alle ellende van, sukkels.— femke boesenkool (@femkeboesenkool) 25 juni 2016
— Heldinne (@Heldinne) 23 juni 2016Het moge duidelijk zijn dat ik van zo'n slogan lichtelijk moet kokhalzen. Het zal ook niet verbazen dat ik al helemaal niet gezien wil worden in een auto die met dit soort nonsens wordt aangeprezen. Als ik al een auto zou kopen om er indruk mee te maken op mijn omgeving, dan zou dat nu toch zeker geen Alfa Romeo meer zijn. Ik hoor het de buren al zeggen: "jaja, pure emotie is zijn logica".
vrijdag 2 oktober 2015
Tesla Motors maakt geen reclame
Of toch wel?
Deze fantastische video is gemaakt door Tesla-fans die bij een bedrijf in CG (Computer Graphics) werken. Best viewed full screen. De video is natuurlijk mede bedoeld om te laten zien wat ze kunnen, maar de keus om de Tesla Model S als voorbeeldproduct te nemen toont ook aan hoe verschrikkelijk cool die auto is. En hoezeer Tesla in elk geval qua imago vooruitloopt op de gevestigde auto-industrie.
woensdag 4 maart 2015
Het einde van autodealers
Tot zo'n tien jaar geleden was dat nog dagelijks aan de orde. En kijk nu eens. Wie is er recent nog bij een reisbureau geweest? Wie weet uit z'n hoofd een winkelstraat waar nog zo'n anachronisme is te vinden?
Ik bedoel maar, internet heeft de commerciële wereld onherkenbaar veranderd. Wat zeg ik: grondig op z'n kop gezet.
Sommige branches hebben daar nog steeds moeite mee. Neem de autobranche. Die werkt onveranderd bijna uitsluitend met tussenpersonen, 'dealers' genaamd. Die dealers proberen nog steeds de indruk te wekken dat ze toegevoegde waarde leveren. Maar de laatste keer dat ik op zoek ging naar een nieuwe auto wist ik - dankzij de overvloedige informatie op internet - steevast meer dan de verkoper. De autoverkopers wisten dat ook wel, ze deden veelal niet eens moeite om het te verhullen. Ik zag nergens toegevoegde waarde. Wel veel onnodige rompslomp en kosten.
Dat doet de vraag rijzen: waarom zijn er nog autodealers? Om een proefrit te kunnen maken? Ik heb uit betrouwbare bron dat de meeste nieuwe-auto-kopers dat niet eens doen. Die lopen een showroom binnen en zeggen "doe me die maar, in 't [vul gewenste kleur in]". En daar heb je dus geen mannen achter bureaus met foldertjes voor nodig. Je kan een proefrit ook via internet regelen. Een medewerker rijdt op verzoek even langs je huis, je maakt een proefrit en als de auto je aanstaat regel je de rest via internet. Helemaal geen showroom, mannen achter bureaus of foldertjes nodig.
Tesla doet 't al in de VS. Dat bedrijf heeft, tot chagrijn van machtige dealerorganisaties, het hele dealergebeuren er tussenuit geknipt. Er zijn nog wel showrooms, en Tesla zet z'n auto's in grote winkelcentra, maar de koop regel je via internet. Vaste prijzen, geen gezeur. De klanten vinden het fantastisch, want ze weten precies waar ze aan toe zijn. Ze hebben bovendien niet met een gladde prater te maken en weten dat Tesla hierdoor goedkoper werkt, waardoor ze het idee hebben dat ze zelf ook voordeel hebben. Dat laatste is nergens op gebaseerd, maar het gaat om het idee.
De machtige Amerikaanse dealerorganisaties zijn een kansloos tegenoffensief begonnen. Allereerst door politici te kopen, die 'consumer laws' in stand houden, zodat Tesla niet overal showrooms mag hebben. En de dealers 'spinnen' dat zo dat ze consumenten willen laten geloven dat ze dat allemaal in het belang van de consument doen. Er is echter geen consument die dat gelooft. Amerikaanse autokopers hebben haast zonder uitzondering een gloeiende pesthekel aan dealers.
Onderhoud is ook geen probleem, want de elektrische auto's van Tesla hebben nauwelijks onderhoud nodig. Geen olie, geen filters, slechts één bewegend onderdeel in de motor. Voor het weinige onderhoud maak je een afspraak via internet en de monteur komt bij je langs als jou het schikt. Het begin van het einde voor dealers.
Mijn buurman heeft onlangs al helemaal buiten het dealergebeuren om een nieuwe auto gekocht. Volgens hem was het een volstrekt pijnloze ervaring, en hij bespaarde er naar eigen zeggen vele duizenden euro's mee. De internetverkoper haalde de nieuwe auto gewoon daar waar-ie het goedkoopst was - in dit geval uit België. Het had ook Duitsland of Hongarije kunnen zijn. De EU met z'n vrije verkeer van goederen heeft veel voordelen.
Kortom: een uitstervend ras, zowel de dealer als de autoverkoper. Wie volgt?
vrijdag 8 november 2013
Weg met de zuigermotor!
In dat licht bezien is het vreemd dat de miljoenen wegvoertuigen van deze wereld bijna zonder uitzondering nog worden aangedreven door een mechaniek dat in zijn vorm nauwelijks verschilt van stoommachines van driehonderd jaar geleden. Is dat een probleem? Nee, niet echt, maar wel verbazingwekkend. Dat mechaniek is immers verschrikkelijk inefficiënt. Het werkt met heen-en-weer gaande massa’s (de zuigers en drijfstangen), die door middel van een kruk een ronddraaiende beweging in stand houden. Die massa’s moeten op snelheid gebracht worden, weer afgeremd, weer op snelheid gebracht, et cetera, ad infinitum. Tientallen tot honderden afzonderlijke onderdelen moeten voortdurend in beweging worden gehouden. Dat kost energie, slijtage, zorgt voor vibratie, wat ook weer voor slijtage zorgt en maakt herrie. Kortom: het is prutswerk, lui voortborduren op stokoude techniek. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat zuigermotoren slechts in een beperkt toerentalbereik hun optimale koppel leveren en er daarom altijd een (ook weer ingewikkelde) transmissie nodig is om dat koppel te kunnen gebruiken. Wat dat betreft hadden die ouwe stoommachines nog het voordeel van een praktisch constant koppel, net als elektromotoren.
Als je erover nadenkt is de manier waarop een viertaktmotor werkt krankzinnig. In elke cilinder van een viertaktmotor vinden per twee omwentelingen vier opeenvolgende gebeurtenissen plaats: aanzuigen (1), compressie (2), expansie (3) en uitlaten (4). Bij slechts één van die gebeurtenissen (expansie) doet de motor daadwerkelijk zijn eigenlijke taak: aandrijven. De rest is allemaal bijzaak, loze beweging zonder nuttige bijdrage aan de aandrijving, alleen bedoeld om gassen en dampen rond te pompen. Maar voor die bijzaken moet de motor dus wel driekwart van z’n tijd ronddraaien! Elke zuiger beweegt 75% van z’n tijd op en neer voor iets anders dan directe aandrijving. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gemiddelde rendement van een moderne verbrandingsmotor nog altijd niet groter is dan pakweg 20%. De rest verdwijnt in warmte via het koelsysteem en de uitlaat, en door wrijving van al die op-en-neergaande zuigers en andere draaiende onderdelen, zoals krukas, nokkenas en kleppen.
Waarom worden er dan nog steeds bijna uitsluitend zuigermotoren in auto's gebruikt, vraag je je dan af. Ik vermoed dat het niet meer dan luiheid is. Die zuigermotor doet het al zo lang, consumenten zijn conservatief, iedereen blijft die auto's gewoon kopen, dus waarom zou je als producent een risico nemen door ineens met iets anders te komen, door te innoveren?
Mijn vermoeden wordt bevestigd door een recent verschijnsel: overheidsinterventie op het gebied van uitstoot en de reactie daarop van autofabrikanten. De overheid stelt steeds strengere eisen aan de emissie van zuigermotoren. Die eisen hebben ook invloed op het brandstofverbruik. En wat gebeurt er? Autofabrikanten klagen eerst steen en been, ach en wee. Hoe durft die overheid het ze zo moeilijk te maken. Maar het eind van het liedje is dat ze ineens allemaal met zuinige en emissie-arme motoren op de proppen komen. Technisch kan het dus wel degelijk, ze moeten er alleen toe gedwongen worden, want uit zichzelf zijn ze er te laf of te opportunistisch voor. Het is immers veel simpeler en winstgevender om eindeloos oude techniek in nieuwe jasjes te blijven verkopen. De eveneens luie en vooral oppervlakkige consument koopt het toch wel, als het er van de buitenkant maar 'mooi' uitziet.
Kortom: weg met zuigermotoren, vooral in auto's. Schrijf als (Europese) overheid voor dat de aandrijving van auto's met ingang van jaar X een rendement van minstens Y% moet hebben, waarbij Y meteen al veel hoger ligt dan 20 en met het verstrijken der jaren stijgt tot 75%. Moet je eens kijken hoe hard die autofabrikanten aan het innoveren slaan. Voor je het weet is de zuigermotor een voetnoot in de geschiedenis. Weg ermee! Opgeruimd staat netjes.
zondag 28 juli 2013
Niets te compenseren?
De overtreffende onzin-RangeRover is de 'Sport'-versie. Het woord 'sport' in combinatie met auto's is al onzin (tenzij het gaat om auto's met trappers erin), maar is helemaal potsierlijk als het om SUVs gaat. Desondanks is er een 'sport'-versie van de Range Rover, die nog verkocht wordt ook. Waarschijnlijk uitsluitend aan proleten die de betekenis van het woord 'sport' helemaal niet kennen en nog meer hebben te compenseren dan de gemiddelde SUVvert.
Het meest opmerkelijke aan de auto op de foto, die ik op een parkeerplaats in het Engelse Durham tegenkwam, is het kenteken. Nadat ik van het lachen was bijgekomen vroeg ik me af: zou de - ongetwijfeld mannelijke - eigenaar van dit idiote vehikel met dit al even idiote kenteken nu werkelijk niet de ironie ervan inzien?
donderdag 1 mei 2008
Ik was een mystery shopper
Het is alweer bijna een jaar geleden, dus het verhaal mag nu wel es verteld worden: ik was mystery shopper. Da's een heel nieuwe tak van sport voor mij, maar het was best leuk om een keertje te doen. Hoewel: je moet er wel met overtuiging grote l*lverhalen voor kunnen ophangen en dat gaat me nou ook weer niet echt makkelijk af.
Ik moest dus serieus belangstelling tonen in een Land Rover Discovery 3, een gigantische asobak van zo'n 60 a 70 mille. Nu vind ik auto's (vooral oude) over het algemeen best interessant, maar dit is het soort auto waar ik echt een aversie tegen heb. Het is een rijdende windvanger, model koelkast, grof gestyleerd, gespeend van iedere subtiliteit, een in-your-face-milieuhuftermobiel (hoogste emissieklasse), een auto voor wie alles heeft behalve zelfvertrouwen, een overmaatse Tonka-toy, een kleine-piemeltjes-compensator van jewelste. Hij wordt steevast vanuit een laag standpunt gefotografeerd, om 'm nog groter te doen lijken dan hij al is. En het gevaarte weegt - gaat u even zitten - 2,5 ton. Kortom: een Heel Erg Foute Auto, waar over het algemeen slechts Heel Erg Foute Mensen in gezien willen worden.
Ik werd van tevoren nauwkeurig geïnstrueerd. De verkoper moest volgens het draaiboek binnen een minuut na mijn entree oogcontact maken en binnen vijf minuten z'n volle aandacht voor me hebben. Zo niet, dan moest ik zelf contact zoeken. Het uiteindelijke doel was het verkrijgen van een schriftelijke offerte, die opgemaakt moest worden op de computer. Dus niet mondeling, handgeschreven of alleen maar een prijslijstje uit 't rek, maar echt een 'tailored' computeruitdraai, op naam gesteld (daar ging m'n privacy) en rekening houdend met al m'n wensen.
Bij binnenkomst in de showroom werd ik meteen door de verkoper opgemerkt en begroet. Ik liep naar de eerste de beste Discovery (een hele dure, met alles d'r op en d'r aan), nam plaats op de met leder beklede fauteuil achter het stuur en veinsde interesse in het (foeilelijke, hoekige) interieur van de auto. Na ongeveer vier minuten kwam de verkoper naar me toe. Ik gaf aan waar ik naar op zoek was (hoge zitpositie en comfort, had ik bedacht) en de verkoper meldde welgemoed dat ik daarvoor aan het juiste adres was. So far, so good.
Midden op het dashboard, bij de bediening van de klimaatbeheersing, zat een knop met het opschrift 'Auto'. Ik maakte, wijzend op de knop, een lollig bedoelde opmerking dat het toch maar goed was dat ze er zo duidelijk op hadden gezet wat het was - waarop de verkoper bloedserieus en omstandig begon uit te leggen dat de automatische instelling van de klimaatbeheersing op twee manieren kon werken. Ik had er niet om gevraagd, was er evenmin in geïnteresseerd en het werd er ook niet echt duidelijker van. Check: minpuntje.
We praatten wat over de auto, het interieur, wat ik nog meer zocht in een Discovery (motorisering, kleur, uitrusting, accessoires) en de verkoper zei terloops dat een en ander uiteraard afhankelijk was van m'n budget - een (mislukte) poging om erachter te komen wat m'n budget precies was. Wat een spel is het toch.
Mijn opmerking - omkleed met een zo aannemelijk mogelijk blablaverhaal - dat ik m'n huidige auto niet ging inruilen, en dat ik zonder inruil wel korting verwachtte (letterlijk en glimlachend: "ik verwacht natuurlijk een aanbod dat ik niet kan weigeren!") opende al gauw de deur naar het kantoortje, waar de computer stond waarop m'n offerte gemaakt moest worden.
De verkoper gaf aan dat hij 7% korting gaf op de netto catalogusprijs. Toen ik quasi-teleurgesteld reageerde (ik heb ooit es 8% bedongen en gekregen) door het naar voren steken van m'n onderlip, kwam hij plots met een verhaal over 9% korting als ik gebruik zou maken van internet. Ik reageerde verbaasd. Het kwam erop neer dat ik via een website een nieuwe Discovery kon kopen, die dan wellicht uit het buitenland (België, Duitsland) kwam, maar die - als ik het goed heb begrepen - wel via deze dealer geleverd zou worden. Een vaag verhaal, waar ik niet verder op ben ingegaan, maar wat me er wel aan herinnerde dat ik met een autodealer (de moderne variant van de aloude, immer ritselende paardenhandelaar) had te maken.
De verkoper gaf ongevraagd aan wat de waarschijnlijke levertijd zou worden. "Als u 'm vandaag bestelt wordt-ie half februari geleverd". Hij vroeg onomwonden naar m'n plannen, wanneer ik een nieuwe auto zou willen kopen. Voor mij een kans om aan te geven dat ik 'm zeker niet vandaag wilde bestellen en bovendien eerst es even rustig wilde rondkijken, folders sprokkelen en websites afstruinen - de verkoper verontschuldigde zich en zei dat hij me natuurlijk niet wilde pushen. Nee, natuurlijk niet.
Aan het eind van het gesprek in het kantoortje zei ik terloops dat ik een auto met wat ruimte wel prettig vond, omdat ik regelmatig naar Engeland ga om onderdelen voor m'n oude Engelse auto's op te halen. Dat was geen onderdeel van het l*lverhaal, het is waar. De verkoper, heel geïnteresseerd: "Oh? Wat voor auto's?". Het bleek dat de verkoper (die blijkens z'n kaartje ook de directeur van 't spul bleek te zijn) tot voor kort zelf een Triumph TR6 van 1973 had gehad, die hij met pijn in 't hart van de hand had gedaan. Het werd dus nog reuze gezellig. Bovendien stond er een stokoude oer-Landrover van het allereerste type achter in de showroom - een dankbaar gespreksonderwerp voor oude jongens die nog steeds van speelgoedauto's houden. Daardoor heeft het bezoek een uur geduurd - het Discovery-verhaal was in iets meer dan een half uur wel gepiept.
Na afloop heb ik thuis nog even de luxe folders doorgewapperd, hetgeen me alleen maar bevestigde in m'n overtuiging dat dit toch echt absoluut helemaal geen auto voor mij is. Ik heb ook erg moeten lachen om de wervende teksten, waarin onder meer het 'aerodynamische design van de buitenspiegels' werd bejubeld. De rest van de auto is zo aerodynamisch als een baksteen, maar aan de spiegels zal het niet liggen.
Enfin, toch weer een hoop leerzame pret en genoeglijke kout - en dan ook nog vijftig euro toe, waar vind je dat nog tegenwoordig?
zondag 12 augustus 2007
Moddergevecht per auto (de modder won)
Ik wilde in de auto vanuit de stad Groningen even snel doorsteken naar het dorp waar ik woon. Dat deed ik vaak via het zandweggetje door de Peizer Maden (die overigens bitter weinig met vliegenlarven te maken hebben). Maar dat is dezer dagen niet zo verstandig meer. Nee, helemaal niet verstandig.
Dat zandweggetje ('woord van twaalf letters zonder klinkers') bleek recent geëgaliseerd te zijn. "Mooi", dacht ik, "geen hobbels meer". Ik kon zien dat er wel wat diepe bandensporen in zaten, maar daar kon ik makkelijk omheen rijden - dacht ik. Maar na enkele tientallen meters op het zandpad dacht ik "oh shit".
Het bleek dat het pad zeer recent geëgaliseerd was met pure, onvervalste bagger. Helemaal geen zandpad dus. Ik reed een paar honderd meter, in een zo hoog mogelijke versnelling om niet door te slippen, maar de motor loeide steeds harder en de auto ging steeds langzamer. Het gevoel in het stuur was compleet verdwenen - een regen van modder zo glad als snot spoot langs de ramen. Ik dacht andermaal "oh shit".
Bliksemsnel overwoog ik m'n opties. Als ik nu zou stoppen zou ik er hoe dan ook nooit op eigen kracht uitkomen. Als ik door zou ploegen zou ik een piepklein kansje hebben om de eindstreep en vaste grond onder de banden te halen. Ik besloot door te ploegen. A man's gotta do what a man's gotta do. Na een meter of zeshonderd kwam ik tot stilstand. Ik had nog minder dan honderd meter bagger voor me.
Vloekend en tierend zette ik de motor uit. Ik keek om me heen en besefte dat ik bijna in the middle of nowhere was. Hoe had ik zo stom kunnen zijn? Miljoenen jaren evolutie, biggest brains on the planet, en dan doet een mens in z'n overmoed dit? Vloek, tier. Toen ik uitstapte zakte ik met m'n pas gepoetste schoenen dertig centimeter weg in de smurrie. Nog meer vloek en tier. De auto stond tot aan de bodem in de blubber - voor de voorbumper lag een gestolde baggergolf, die de nummerplaat iets scheef had gedrukt.Ik liep zeshonderd meter terug, naar een boerderij. De boerin kwam me hoofdschuddend tegemoet. "Goedemiddag, ik heb iets doms gedaan", zei ik. "Dat kun je wel zeggen", was het antwoord. Ze vertelde dat een aannemer de hele ochtend bezig was geweest om een op de zandweg vastgelopen shovel vlot te trekken. Zo'n grote laadschop met dikke, diep geprofileerde banden van meer dan anderhalve meter hoog. Okee, daarmee wist ik zeker dat ik hoe dan ook geen enkele kans had gemaakt.
De boerin wilde wel even vragen of d'r man genegen was om me d'r uit te trekken, maar hij was druk bezig met het uitmesten van de stal, dus het kon wel es een probleem worden. Of ik maar even wilde meelopen. Bij de stal aangekomen dacht ik weer "oh shit", want dat was een flinke berg stront die nog weggewerkt moest worden. De boer was hard aan 't werk met een trekker met laadschop om die berg te verplaatsen. Gelukkig was hij niet in een slechte bui en hoefden er nog maar een paar laadschoppen stront geschept te worden. Het redden van de auto ging wel vijfendertig euro kosten, zei-ie. Ik was al lang blij dat-ie me überhaupt wilde helpen.
Terug bij de auto sprak ik met wat medewerkers van de aannemer-van-de-shovel, die inmiddels bezig waren om de weg af te zetten met een nogal lullig rood-wit lintje. Ze vertelden (in het platste neo-Saksisch dat ik ooit gehoord heb) dat de shovel ongeveer een meter was weggezakt, een meter of drie voorbij de plek waar ik tot stilstand was gekomen. Slik. De boer was er snel bij met z'n trekker en trok de auto er rustig en geroutineerd uit. Ik heb 'm veertig euro gegeven en gezegd dat 't okee was. Daarvoor kreeg ik een verlegen blik en "dankuwel" terug. "Je hebt wel weer wat beleefd, he?", zei de boer. "Ja, ik heb weer een mooi verhaal voor bij de centrale verwarming!", zei ik grijnzend. Met een welgemeend 'moi!' namen we afscheid.
Terug in de auto was ik blij dattie het nog deed. En dattie nog rechtuit wilde rijden, hoewel hij op snelheid wel wat trilde van de modder die nog aan de binnenkant van de velgen zat. Thuisgekomen heb ik het meeste er meteen met de tuinslang uitgespoten. De smurrie zat tot op het dak en tot achter het stuurhuis in de machinekamer. Tijdens het rijden daarna trilde de hele auto nog steeds, dus nog maar een keer met de tuinslang erbij. Het is al weken geleden, maar er ligt nog steeds een flinke laag troep op de oprit.







